Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben ik," antwoordde Emin, hem vaderlijk over de gloeiende wang streelend.

„Uwe waardigheid veroorlooft u toch niet, om als een dief in een huis in te breken," zeide Scheik Ibrahim, zich half vragend, maar in elk geval ook op een eerbiedigen toon tot hem sprekende, omwendend.

„Mijne waardigheid eischt" — antwoordde Emin zeer ernstig en streng, „dat ik mij verootmoedig, dat ik niets voor te gering houd, als het onze partij ten goede komen kan. Nu zal ik naar huis gaan en mijne kleeding in orde brengen. Daarna ga ik in Yelid's Moskee den Eénige op mijne knieën danken voor zijn genadigen bijstand.

Sluiten