Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derde zucht van de groote stad met hare bedrijvigheid * tot hier door, maar zoo zacht, alsof eene hand langzaam over de snaren eener harp glijdt.

De namen der vier eerste Kalifen schitterden langs de wanden in gulden letteren, boven spreuken en teksten uit de Heilige Boeken. De kleine boogvensters hadden bont gekleurde glasruiten en van de zoldering hingen lampen. Naar het plein toe was de Moskee open; de muren werden aan die zijde door zuilen vervangen en tusschen deze door scheen de als saphir vlammende hemel der woestijn een achtergrond van prachtig mozaïek vormend, een zonnige groet uit het vroeger zwervende leven der Arabieren. Juist dit, zoo te zeggen, staan van de lucht en den hemel der woestijn, midden in de Moskee tusschen de biddenden, riep onwillekeurig de meest Oud-arabische stemming wakker, bij het treden over den heiligen drempel.

Een klein, rijk verguld gebouwtje van kunstig gesneden hout, toonde in de Moskee de plek, waar men zegt dat het hoofd van Johannes den Dooper ligt. Zoo geheel was Nelly op dit oogenblik met hart en ziel vervuld van het Oosten, dat zij een gevoel van groote blijdschap ontwaarde, bij de ontdekking, dat niet het kruis, het zinnebeeld des lijdens, de koepel kroonde waarin het graf van dezen persoon der bijbelsche geschiedenis rust, maar een „halve maan".

Prachtig kon men de Moskee niet noemen in haar

Sluiten