Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ibrahim vol, steeds lange halen aan zijn kumbaz doende. „Maar liguren die schaduw afwerpen zijn niet geoorloofd."

Emin zag hem aan als wilde hij zeggen: „Ik zou je wel eens flink door elkander willen schudden, maar ik durf niet. Hij keerde zich tot Ali met de vraag:

„Nu — en de Pacha?"

„Ik geloof, Heer, dat hij ons gunstig is gezind."

Emin had den jongen Ali tot den Pacha gezonden om dezen te doen verstaan dat hij, als hij zijne soldaten in het Arabisch kwartier stil onder de poorten liet blijven tot het aanbreken van den dag en ze dan liet inrukken, een „rijk geschenk" ontvangen zou.

Om onopgemerkt in het riool te kunnen komen was Emin gedwongen geweest als een dief, door een achterdeur, zijn huis uit te sluipen. Zijne woning was namelijk zoo vol menschen, dat sommigen zelfs buiten het hek moesten blijven staan, omdat er op de beide binnenplaatsen geen ruimte meer was. Iedereen zag het aanbreken van den dag met zorg tegemoet, hoewel ook met hoop en verwachting; immers dan zou het oogenblik gekomen zijn, waarop Emin zijn woord houden en hun de som voorleggen zoude, die vereischt werd tot het omkoopen van den Pacha.

Emin stiet zijne pantoffels uit, wierp zijn kumbaz en kaftaan op den grond en begon in de enge, uitgegraven doorgang te kruipen. .

Sluiten