Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zijne woorden klonken desniettemin bedaard en zeer vriendelijk, tot hij eindelijk zoover kwam te vragen:

„Uwe voeten dragen u nog even vlug voort als vroeger. Wat leidde uwe schreden tot mij?"

„Mijne vriendschap voor u, mijn broeder. Ge begrijpt wel dat gij er nooit, en tegen niemand, over moogt spreken dat ik u hier heb opgezocht. Ik weet niet waarom ge hier in dezen stal zit; men heeft mij den weg hierheen gewezen; maar als het mocht zijn om uit het gezicht te zijn, dan hebt ge daar wel reden vooi."

„Reden? Hoe bedoelt ge dat, Effendi?"

„Zeker, daarvoor bestaat reden. De Pacha stopte uw geld wel in zijne kist, maar hij verraadt u toch. Die man heeft de geslepenheid van twintig vrouwen. Met hulp van de bestaande wet laat hij uw huis door soldaten omringen. Op die manier doet hij dubbele vangst: hij vult zijne beurs en verplicht den Grooten Heer in Stamboul."

„Die bedrieger! Heb ik 't niet voorspeld? Zoo zijn die Turken!" riep Scheik Ibrahim met vonkelende oogen."

„Je bent gevangen, Emin," vervolgde de Kadi. „Ik heb het recht verworven om over je te oordeelen en ik zal een zacht vonnis spreken, dat beloof ik je. Met den besten wil van de wereld kan ik je niet vrijspre-

Sluiten