Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

264

steenen" in den grond hadden begraven onder hunne tent, dan waren zij weer vrienden en elkanders beschermers voor altijd.

Hunne voeding was matig. Den honger te stillen en den dorst te lesschen achtten zij voldoende. Hun leven te maken tot een jacht op meer geld en goed, was in hunne oogen onzinnig. Evenzoomin bewoog hunne eerzucht zich op onzeker jachtgebied. Wie in de stilte deiwoestijn ooit een Beduïenen-graf heeft gezien, een zandheuvel met twee gekruiste palmtakken er bovenop, zal het verstaan, dat dit volk meer over had voor het leven dan voor het graf. Onze dwaas-opgevoerde manie voor grafmonumenten kenden zij niet. Niet uit Damaskus, niet uit de steden, maar ver uit het Oosten, uit de woestijnen, moesten de zuiverende winden komen, als het uur der verlossing voor den Oriënt zoude slaan.'

Xelly liet den kijker langzaam neerdalen en daarmede wijzend m de richting van de woestijn, fluisterde zij bezield door den invloed van hetgeen zij gezien had : „Endymion!"

Blumenbach, die hare bedoeling met dat woord niet begieep, zag haar vragend aan.

Zijn blik ontrukte haar aan de wTereld van dichterlijke gevoelens, waarin zij verdwaald was geraakt. Zij

bi acht deze nu weder in gewone woorden ter spraak en zeide:

„Kent ge ze niet, de sage van Endymion, den schoo-

Sluiten