Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd door, dien geheelen dag;'en ook op den eerstvolgenden dag was zij voortdurend in beweging. Urenlang liep zij in de stad rond, zonder dat iemand wist waarom of waarheen. Soms liep zij de tuinpaden van het hotel op en neer; dan in hare kamer als een ijsbeer in zijn hok. Harven was er niet zeker van dat zij des nachts rustte.

Toen zocht hij Blumenbach, die in 't geheel niet meer bij de Harvens verscheen, op en thuiskomende was hij zeer boos.

„O die vrouwen!" riep hij tegenover Nelly stil blijvende staan, driftig uit. „Wat zijn zij vol geestdrift! Als ik er honderdduizend opgewonden had, al waren het ook maar oude rimpelige moedertjes, zou ik toch de grootste man van Amerika kunnen worden, maar die sukkels van mannen zijn onmogelijke wezens. Zij loopen alleen op een hok met vette kippen te loeren. O, ik weet dit van ouds, als schrijver. De mannen zijn al te hard gebrande lucifers, waaruit men bijna geen vlam kan strijken. Denk je dat ik een stap verder ben gekomen met Blumenbach? Hij begrijpt dat het in zijn eigen belang is, hen Emin ibn el-Arabi eenvoudig te laten ophangen. En al het overige kan hem niet schelen."

Verontwaardigd hinkte Harven op zijne kruk leunende door de kamer heen en weer. Eindelijk hervatte hij 't gesprek — of liever zijne alleenspraak:

Sluiten