Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar om je te troosten, Nelly, zeg ik je, dat ik geducht boos op Blumenbach ben. Hij zal zich waarschijnlijk niet meer bij ons laten zien. En toch, houd

ik hem voor een degelijk jong mensch, waaruit iets groeien kan."

Gedurende deze laatste week had Nelly, die zich zoo keuiig, met eenvoudigen Westerschen smaak placht te kleeden, haar uiterlijk bepaald verwaarloosd. Zij kapte zich slordig. Twee knoopen waren van hare knooplaarsjes afgesprongen, zonder door andere te zijn vervangen. Voorheen had zij een klein bouquetje, of een stalen doekspeld aan haar kraag gestoken, waar deze weid aastgemaakt; nu stond die kraag half open en de doekspeld lag vergeten op haar toilettafel. Haar angstige gejaagdheid overstemde hare vrouwelijke instincten. Op de straat liepen een paar Franziskaner-monniken langs haar voorbij en de schouders ophalende fluisterden zij op een minachtenden toon tegen elkander: „Una inglese!"

Zondei tegen Harven een woord te zeggen ging zij op een morgen naar de gemalin van den overleden Kadi. Al hare Westersche wilskracht vond uiting in haar stellig besluit om deze laatste poging, tot de redding van Emin, te wagen.

Des Kadi's weduwe, die haar niet kende, liet haar vrij lang wachten. Ten laatste kwam zij binnen, op sokken loopend, ten teeken dat zij de bezoek-

Sluiten