Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde niet zien; zij had geen moed om te zien: en toch zag zij eiken gevangene afzonderlijk, die met zijn kletterende, over de straatsteenen slepende ijzers langs haar voorbij waggelde, met hare groote oogen onderzoekend aan. Wat zou zij gedaan hebben als zij onder die arme mishandelden den man had ontdekt, wiens laatste oogenblikken zij door hare onbedachtzame, minachtende boodschap, nog verbitterd had? Maar die man was er niet bij. Zij zag hier alleen zijne tegenwoordige kameraden. De herinnering aan deze vreeselijke mannen vervolgde haar en nog lang klonk het gerammel der kettingen in haar ooren.

Als een tweede Corinna liep zij door de kromme stiaten op Oostersch grondgebied. Hare tegenwoordige gemoedstemming deed haar oogen opengaan en liet haar vele dingen in een gansch ander licht beschouwen dan zij totnogtoe gedaan had. Midden in bewoonde stadskwartieien ontdekte zij verwaarloosde, met gras begroeide loodsen die ledig stonden; en vervallen, tot puinhoopen in elkander gestorte huizen. Op een plek was de straat gezakt in eene vroegere waterleiding. Maar het kwam in niemand op om die kuil te vullen, of de straat te vernieuwen. Waarom arbeid en kosten verspillen aan iets dat toch eerlang verlaten en vergeten wezen zou ? In de vensterluikjes hingen spinnekoppen in hare webben. De poorten tusschen de verschillende wijken waren oud en vergrijsd, verveloos en

Sluiten