Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tafeldienaar bracht volgens gewoonte een flesch

Vino d'oro; maar Harven dronk alleen een weinig water.

Nog voor het ronddienen van de koffie stond hij op en ging naar zijne kamer.

Even later werd er aan zijne deur geklopt. Op een bijna onbeleefd barschen toon verzocht hij den bezoeker binnen te komen. Het was Dimitri.

„Komaan," dacht Harven, „nu blijft het er niet bij

dat mijnheer Dimitri eenmaal per dag op de plaats

zijne buiging komt maken. Nu komt hij al in ie kamer loopen!"

Mijnheer Dimitri maakte zijne buiging en begon aanstonds te praten:

„Pardon, mijnheer; maar zou ik u om eenige inlichtingen aangaande Consul Blumenbach mogen vragen? Hij is mij het geld nog schuldig voor rij-paarden, die hij van tijd-tot-tijd bij mij gehuurd heeft, maar nu talmt hij met de afrekening. Ik dacht dat hij rijk was.

* og kort geleden scheen hij ruim van geld te zijn voorzien."

„Van geld? O, dat had hij van mij geleend!"

„Alle Heiligen! En wij dachten nog wel dat hij het van den Russischen Czaar had! Lieve hemel, mijnheer! don dat ik daar hartelijk om moet lachen."

,Zooals ik zeide, het geld was voorzeker niet in roebels aan hem uitbetaald, maai- het waren mijne

Sluiten