Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

Nadat Dimitri weg was, ging mijnheer Harven voor de schrijftafel zitten, maar van werken kwam niets; toen begon hij in een boek te bladeren, maar het lezen ging al evenmin: hij kon zijne gedachten niet bij de woorden bepalen. Hij rookte de eene sigaar voor en de andere na, door de kamer stappende, maar ten laatste werd zijne onrustigheid hem te machtig. Hij kon het in huis niet langer uithouden en stapte de plaats op.

Het hotel was niets meer dan een oud Arabisch huis en zeer bouwvallig ook. Als een zilveren munt met een Niobé-hoofd, stond de volle maan op het uitbouwsel van het naaste huis, de scheuren in den muur verlichtend en al die andere oude gebouwen die met de jaren al dieper en dieper in den grond verzinken.

En toch, ondanks dit alles, was die heldere Zuide lijke maneschijn eer opwekkend dan droevig. In onzen Noordelijken maneschijn vermengt men beenzwart met de kleuren; spookhistories fluisteren in de dennen en

Sluiten