Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te noemen. Hij vervolgde zijn betoog op den goedhar tigen, humoristischen toon die hem eigen was.

„Merk je het zelf niet, Nelly, dat je, met zulk een hartstochtelijken ijver bezield, om je hier een werkkring te verschaffen, leeft onder den indruk van je bloedmenging; van je volksaard, die je dwingt tot gehoorzaamheid, met een ijzeren hand, met of tegen je wil? — Houdt het er maar niet voor, dat ik hier zit te 1 edenee ren om je met mooie woorden te overrompelen. Maar ik acht ons beide, mijzelf en jou, te hoog om te gelooven, dat wij in eene ure als deze kalmte zouden kunnen winnen door over alledaagsche onderwerpen te praten."

„Zeker, u hebt volkomen gelijk. Maar zou u niet een weinig luider willen spreken?"

„Waarom luider?" wilde Harven vragen, maar hij bedacht nog juist bijtijds wat hiervoor de reden was. Het schoot hem te binnen, dat het avontuurlijke spel, waarin zij onbewust mede eene rol hadden vervuld, zijne ontknooping naderde. „De Omroepers der gebeden" konden elk oogenblik hunne stem verheffen en het uur verkondigen waarin Emin zou worden opgehangen aan den grooten boom op het Paardenplein. Nelly zou dit toch liooren, hoe luide hij ook sprak. Hij stond driftig op en merkte het zelfs niet, dat hij zijne kruk op de tafel had laten liggen en dat hij dus, voor het eerst sedert vele jaren, zonder steun was opgestaan.

ENDYMION. 4(1

Sluiten