Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een sprookje! — Een avontuur uit de sprookjeswereld!" fluisterde hij. Toen hinkte hij naar Nelly en bleef recht tegenover haar staan.

„Zie eens, Nelly, wij hebben beide gespot met die

overdreven somberheid van onze Westersche tijdgenoo-

ten. Maar geloof mij, geen van ons, jij evenmin als ik,

'linnen aan dien vijand ontkomen; telkens is hij de

sterkste van ons. Hij reist en trekt met ons waarheen

wij ook gaan. Hij woont in ons. Staat niet, hier in het

osten, de Westersche smart in ons midden, op dit oogenblik?" 1

Terwijl hij nog sprak, stopte Nelly hare vingers in e ooien, liep naar haar bed en drukte haar hoofd diep in de kussens. Hij dacht even, dat zij niet meer naar hem wilde luisteren; maar weldra begreep hij haar beter. Daarom vervolgde hij met nog luider stem: „Tehuis moet jij je een werkkring verschaffen, Nelly. ier kan je voor niemand nuttig zijn. Leer het Oosten beschouwen, zooals ik mijn eigen portretten uit mijn jongensjaren beschouw. Het treft mij als ik dat vroolijke, gezonde, gladde aangezicht zie, zonder een enkele nmpel — maar denk je, dat ik wenschen zoude mijn levensstrijd niet te hebben gestreden? Neen, dat deukje met. Daarvoor ken je mij te goed. Doe nu ook je est om het Oosten te beschouwen als hij, die buiten in de stille natuur geboren, zijn dorp beschouwt; droevig, onderworpen en het noodlot dankende, dat hem in

Sluiten