is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarop met een ruk werd dichtgeslagen, glimlachte zij.

Christiaan trad binnen, zijn kleerenzak in de hand, bleeker dan gewoonlijk, met schitterende oogen en een trek om den mond, die nu niet bepaald van bescheidenheid getuigde.

„Goeden avond, moeder," groette

mj en wierp de zak in een hoek.

Zijn moeder was verbaasd. „Goeden avond, Christiaan. Waar kom jij vandaan, om dezen tijd."

„Uit mijn dienst," gaf hij kortaf

ten antwoord terwijl hij op de venster¬

kante ging zitten. De gezelligheid van het vriendelijk kamertje viel hem op en scheen hem weldadig aan te doen. Zijn gezicht klaarde op.

„Ik ben weggejaagd, moeder,"

net nij nooren, bijna schertsend.

L)e vrouw schrikte niet. „Om Rosi ?" vroeg zij.

„Ja I"

„ik had je toch gezegd, dat je voorzichtig moest zijn. Je had moeten afwachten. Maar geen nood, jongenlief, er zijn nog meer meisjes en

uetere ook. Je hebt den tijd nog.

„Ik wil geen ander meisje hebben," liet hij knorrig hooren.

„Wees nu niet dwaas, Christiaan.

Je wilt toch niet op je knieën gaan smeeken ? Je hebt gezegd, wat je te zeggen hadt, en liij beeft geweigerd. Afgeloopen; dan doe je hem niet

meer de eer aan om aan zijn dochter )e denken, en gaat dadelijk rondzien naar een andere, - maar niet hier

111 dit miennest, — versta je me, —

lilöf hini« "

„Ik wil haar, of ik wil niemand," hield Christiaan vol. Hij sprak met de tanden op elkander geklemd en de wenkbrauwen saamgetrokken.

Kathrine schoof haar stoel vlak

bij de zijne. Zij legde haar hand op zijn hand, die op de tafel lag.

„Hoor eens, Christiaan, ik heb een ernstig woordje met je te spreken. Hier in Fruttnellen is ie nlaats niet.

Je moet de wereld in, het leven leeren kennen en geld verdienen. Lieve God, dat het je nog nooit in het hoofd gekomen is, hoeveel treld

er begraven ligt in die rotsnesten, — geld, dat voor het grijpen ligt. De nienschen hier weten het niet:

zij zijn tevreden met hetgeen zij hebben. Eerst zal een vreemdeling moeten komen, om het te voorschijn te brengen en rijk te worden."

„Och, dat weet ik allemaal wel, moeder. U droomt van niets anders, dan van rijkworden : maar wat treeft

dat droomen? Eerst er op uitgaan, 0111 te leeren hoe men er komen kan ; dat wil ik niet: dat duurt mii

te lang. Ik ken een manier en die manier wil ik in praktijk brengen, al kwamen er ook tien Furrer's die het mij wilden beletten. Ik wil Rosi hebben en de Hochfluhhof zal het dubbele »vaard worden van nu; dal wil ik en dat kan ik. Maar hii moet

eerst „ja!" zeggen."

„Moeten, — moeten, — en noü'

eens moeten ! — Antwoord mij eerst eens op het volgende, jongenlief: Is hel je bedoeling om de hoeve te trouwen en het meisje erbij P — En weet je, hoe moeilijk het is.

orn met boereu een paar gulden over te sparen ?"

Christiaan dacht na. ..Ja." liet hii

hooren, „zoo waar als God leeft, ik houd zielsveel van het meisje, en als zij een arm meisje was eeweest.

dan nog zou ik haar en geen andere hebben willen trouwen."

„Maar ben je er wel zoo zeker van, dat Rosi op je zal willen wachten."