Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT.

Mijn taak bij de samenstelling tan dit geschrift — hetivelk ten doel heeft, de leerplichtwet te doen kennen aan de hand van de tusschen regeering en Staten-Generaal gewisselde stukken en van de in de beide Kamers gehouden beraadslagingen — was te refereer en. niet te critiseeren. Doch een enkele opmerking, liggend buiten dat bestek, moge hier mij vergund zijn.

Dat ik bij die beraadslagingen mvj door den inhoud van het regeeringsvoorstel niet-bevredigd verklaarde, kan niemand bevreemden, die zich herinnert, dat ik (afgezien van andere punten) als lid der staatscommissie van arbeids-enquête, in het jaar 1894, deze eischen had gesteld: vooreerst verplicht lager of daarmede gelijkgesteld onderwijs van het zesde tot het veertiende jaar. en vervolgens verplicht herhalings- of voortgezet of daarmede gelijkgesteld onderwijs van het veertiende tot hel achttiende jaai.

Toch kon ik niet beamen een verivijt, tot den minister Goeman Borgesius gericht, omdat hvj in zijn gewijzigd wetsontwerp den oorspronkelijk voorgestelden 13jarigen leeftijd als grens der leerverplichting had teruggenomen. om dien door een verplichten zesjarigen cursus te vervangen en tevens mede liét lierhalingsonderwijs binnen den kring der leerverplichting te brengen. Wel nas het ook mijn meening, dat boven dit laatste een jaar gewoon schoolonderwijs mèèr de voorkeur zou hebben verdiend. Docli tegen het ingebrachte verwijt voerde ik aan, dat de minister rekening had te houden, niet alleen met hetgeen hijzelf wenschelijk of noodig achtte, maar ook met hetgeen bereikbaar scheen, en dat naar mijn overtuiging het thans voorgedragene het uiterste was, wat met deze kamer te verkrijgen viel. Ik voegde er bij. dat zelfs nog zou moeten blijken, of dat geheet verkregen kon worden.

Sluiten