Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de algemeene beraadslaging over het wetsontwerp, hetwelk geworden is de leerplichtwet van 7 Juli 1900, is herinnerd aan het feit, dat juist een eeuw verstreken was, sedert, in December 1798, in de „instructie voor den agent der nationale opvoeding" aan dezen de opdracht werd verstrekt, „zoo spoedig mogelijk aan het uitvoerend „bewind voor te dragen de wijze, hoe de ouders, zonder krenking van „hun vrijheid, zouden kunnen worden verplicht, hun kindeien van „het onderwijs te doen gebruik maken" *). Een opdracht, die oveiigens geen ander gevolg heeft gehad, dan dat in het „reglement voor het lager schoolwezen en onderwijs in de Bataafsche ïepubliek , uitgevaardigd krachtens de schoolwet van 1806, „aan de departementale „en gemeentebesturen werd aanbevolen om bedacht te zijn op het „beramen en nemen van gepaste maatregelen ter voorziening in het „zooveel mogelijk onafgebroken schoolhouden en schoolgaan het

„geheele jaar door" **).

Weliswaar schijnt koning Lodewijk het voornemen te hebben gehad, het onderwerp, in verband met schoolgeldheffing, te ïegelen voor het gansche land: door zijn minister van binnenlandsche zaken Twent liet hij te dien einde een ontwerp van wet samenstellen, luidens hetwelk alle kinderen van 12 tot 15 jaren een dagof een avondschool zouden moeten bezoeken. Doch dit voornemen kwam niet tot uitvoering, nadat door den Raad van State een beslist ongunstig advies was uitgebracht, hetwelk aldus werd gemotiveeid. „Het geregeld schoolgaan is wel een geschikt en doelmatig middel „om tot een goede opvoeding te geraken, en dus een heilzame zaak; "maar niet alle heilzame zaken behooren tot den onmiddellijken „werkkring van het gouvernement, noch moeten door dwangmiddelen „worden doorgezet. Geleidelijke overreding, aanmoediging, geen dwang „komt hier te pas, omdat de plicht der ouders, om aan hun kindei en

•l A Van den Ende: „Schets van Neerland't schoolwetgeving", Byiagen blz. 172.

"I Zie het „Handboek voor schoolopzieners enz., bevattende al de wetten, besluiten en verordeningen betrekkelijk het lager onderwfis sedert den jare 1796?', blz. 110-117.

Sluiten