Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„een behoorlijke opvoeding te geven, niet tot de dwang- maar tot de „zedeplichten behoord; omdat de wijze, op welke de opvoeding het „best wordt geregeld, door geen souvereine beslissing kan bepaald „worden; omdat het in den aard der zaken en der mensehen ligt, „zich daarin door stellige voorschriften niet te laten binden, en men „integendeel alles goeds verwachten kan van de zoo verstandige „staatsmaxime laissez faire-, en eindelijk omdat de maatregel onuitvoerbaar is" *).

Intusschen bleef het vorengenoemde reglement niet zonder uitwerking, althans in het noorden des lands. Terwijl in Overijsel en in Drente de aloude bepalingen omtrent schoolgeldplichtigheid bekrachtigd werden **), volgden Groningen en enkele grietenijen van Friesland dit voorbeeld; en het was met een beroep op den zijns inziens onmiskenbaar goeden invloed dier regelingen, dat de hoogleeraar en schoolopziener Van Swinderen ten jare 1849 op de bres sprong om een, bij de wet op te leggen, algemeene „schoolplichtigheid" te bepleiten. „Waarom", zoo besloot hij zijn betoog, „waarom „laat men den dwang toe, dat dienstplichtigen het exerceeren moeten „leeren en vijf jaren soldaat moeten zijn? Waarom dwingt men de „belastingplichtigen om geld te betalen? Waarom dwingt men den „burger zijn huis, zijn tuin, zijn landgoed te verkoopen, als er een „onteigening te algemeene nutte zal plaats hebben? Waarom dwingt „men de ouders, hun kinderen lichamelijk te onderhouden, niet te „mishandelen, niet te onterven? In dit alles heerscht dwang, juist „omdat wij in een beschaafd land leven en ware vrijheid verlangen. „Maar waarom dan niet in de heilige zaak der opvoeding? Of is „onkunde en zedeloosheid niet een nog gevaarlijker vijand voor den „staat, dan de uitwendige, en geeft kennis geen macht, en moet „men dus hen, die men belastingen laat betalen, niet kunnen „dwingen de noodige kennis op te doen? Of hebben de kinderen „minder aanspraak, om geestelijk wel behandeld te worden, dan „lichamelijk en geldelijk? Heeft de staat meer verplichting, daarvoor

") Zie de „Bijdragen, betrekkelijk koloniale en andere aangelegenheden in den Raad van State behandeld, getrokken uit de nagelaten papieren van den minister van staat Elout", blz. ."9 vlg.

**) In 1690 was door den landdag van Drente vastgesteld: „zullende de ingezetenen aen de „schoolmeesters van elck kindt in de respectieve carspelen, zeven jaren ende daarenboven oudt zijnde, vijftien stuvers in 't jaer betaelen, 't zy se deselve ter school Mijnden „ofte niet; en zulks tot den tijt z(j wel lezen en schrijven connen, ook de catechismus ende „de fundamenten van de religie geleert zullen hebben."

Evenzoo bepaalde de school-ordre van Overijsel uit den jare 1666: „dat alle kinderen onder „dat kerkdorp ofte daar ter schole gehorende, so sy gekomen zijn van 8-12 jaren, zullen be„talen schoolgeld ten minsten voor ses maanden, schoon deselve ter schole niet c/uamen, ton ware „die hare kinders lieten gaan bij andere geadmitteerde schoolmeesters, binnen of bu>ten „karspels woonende."

Sluiten