is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet (wet van 7 juli 1900, staatsblad no. 111) en de daarbij behoorende uitvoerings-maatregelen, met aantekeningen ontleend aan de schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseling tusschen regeering en staten-generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangeDracnt, Kwam net in openbare beraadslaging, welke van 27 Februari tot 23 Maart 1900 heeft geduurd. De eindstemming geschiedde op den BOsten dier maand, nadat eenige wijzigingen van vormelijken aard, alsnog door de regeering in overleg met de commissie van rapporteurs voorgesteld, zonder beraadslaging waren goedgekeurd. De uitslag was, dat het wetsontwerp met 50 tegen 49 stemmen werd aangenomen.

Voor stemden de heeren Lieftinck, Van Gijn, Groen van Waarder, Smeenge, Hennequin, de Beaufort, Kerdijk, Bouman, Fokker, Pijnacker Hordijk, Hartogh. Schepel, Kolkman, Lely, Goeman Borgesius, de Klerk, Heldt, Veegens, Tydeman, Rink, Tak van Poortvliet, Conrad, Goekoop, Van Kerkwijk, Zijlma, Tijdens, Schaafsma, Houwing, Drucker, Schaepman, Kool, Ferf, de Boer, Willinge, Pyttersen, Mees, Knijff. Van Deinse, Van Bylandt (Gouda), Geertsema, Rethaan Macaré, Van Gilse, Roessingh, Verhey, Ketelaar, Nolting, Meesters, Hesselink van Suchtelen en Gleichman.

Tegen stemden de heeren Van Basten Batenburg, Van der Borch van Verwolde, Van der Kun, 't Hooft, Brummelkamp, Schaper, Van Asch van Wijck (Wijk bij Duurstede), Merckelbach, Van Heemstra, Krap, de Ram, Dobbelman, Truijen, de Ras,Van den Berch van Heemstede, Van Limburg Stirum, Harte van Tecklenburg, Van Karnebeek, de Bieberstein, Michiels van Verduynen, Seret, Vermeulen, Troelstra, Van der Zwaag, de Visser, Van Dedem, Loeff, Jansen, Lucasse, Van Bylandt (Apeldoorn), Van Asch van Wijck (Ede), Van Kol, Pijnappel, Kuyper, Bastert, de Waal Malefijt, Mutsaers, Travaglino, Mackay, Van de Velde, de Savornin Lohman, Van Vlijmen, Van den Heuvel Everts, Donner, Staalman, Van Alphen en Nolens.

Vóór de stemming werd de door hen uit te brengen stem kortelijk gemotiveerd:

door den heer Kolkman, die — onder herinnering, dat hij in 1894, als lid der staatscommissie van arbeids-enquête, zich vóór invoering van leerplicht, maar tegen invoering van verplicht herhalings-onderwijs had verklaard — thans, nu het verplichte bijwonen van dit laatste uit deze wet verdwenen was en dus aan de eischen, door hem in 1894 reeds gesteld, werd voldaan, zich verplicht achtte aan het wetsontwerp zijn stem te geven, waar het standpunt, toen door hem ingenomen, noch door latere omstandigheden noch dooide laatstelijk gevoerde discussie gewijzigd was;

door den heer Troelstra, die namens de sociaal-democratische partij in de Kamer protesteerde tegen den hardnekkigen tegenstand, welken zij bij haar pogen tot verbetering van het wetsontwerp in haar geest bij de verbonden rechterzijde, bij het meer conservatieve