Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. I.

TITEL I.

Van het gewoon lager onderwijs.

Artikel 1.

Ouders, voogden en anderen, krachtens wet of overeenkomst met de verzorging van kinderen belast, zijn verplicht, voor zoover die kinderen bij hen, in de inrichting onder hun beheer of met hen bij anderen inwonen, zorg te dragen, dat aan die kinderen gedurende den tijd en overeenkomstig de regelen, in deze wet gesteld, voldoende lager onderwijs wordt verstrekt.

Deze verplichting wordt door hen nageleefd:

1". öf door te zorgen, dat het kind als leerling op eene lagere school wordt geplaatst en dat het die school geregeld bezoekt;

2'. of door aan het kind huisonderwijs te verstrekken of te doen verstrekken.

Strekking van het artikel. De verplichting, welke de wet oplegt, bestaat hierin, dat degenen, die krachtens wet of overeenkomst met de verzorging van kinderen zijn belast, zorg hebben te dragen, dat aan die kinderen gedurende den tijd en overeenkomstig de regelen, bij deze wet gesteld, voldoende lager onderwijs wordt verstrekt. Het zijn dus de verdere voorschriften der wet, welke den omvang en de grenzen dier verplichting bepalen. Doch deze rust op de betrokken personen slechts voorzoover die kinderen tzij bij hen, tzij in de inrichting onder hun beheer, 'tzij met hen bij anderen inwonen. En van die verplichting kunnen zij zich, naar vrije keuze, kwijten op een der beide wijzen, in het tweede lid van liet artikel omschreven.

In het oorspronkelijke wetsontwerp legde art. 1 de verplichting op, liet kind „geregeld eene lagere school te doen bezoeken' ; terwijl in art. 4. houdend de" redenen van vrijstelling van die verplichting, het „voldoend lager //«/«onderwijs doen genieten" onder die redenen van vrijstelling was opgenomen. Dit gaf den schijn (zij het ook niet meer dan den schijn i, alsof de leerplicht niet evenzeer door huis- als door schoolonderwijs kon worden vervuld. Door het op-den-voorgrond plaatsen van de bedoelde keuze, reeds in dit eerste artikel, wordt thans in liet licht gesteld, dat het, al staat feitelijk leerplicht voor de overgroote meerderheid gelijk met schoolplicht (31. v. 7'., blz. 10), alleen en uitsluitend te doen is -oin het verzekeren van het noodige onderwijs aan allen, onverschillig of dit op school dan wel tehuis ontvangen wordt, mits slechts de waarborg bestaat, dat deugdelijk onderwijs wordt verstrekt. (M. v. -1., blz. 1.)

Eerste lid.

„Ouders, voogden en anderen, krachtens wet of overeenkomst met de verzorging van kinderen belast". Deze omschrijving, die aan art. 255 van het wetboek van strafrecht is ont-

Sluiten