Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. I.

leend, en die noch bij de samenstelling noch bij de toepassing daarvan bedenking heeft gewekt, brengt mede, dat meer dan één persoon tegelijk aansprakelijk kan zijn. (2e M. v. A., blz. 79.)

Hebben b.v. beide ouders schuld, dan is de vader in de eerste plaats te beschouwen als de aansprakelijke persoon; doch de omstandigheden kunnen een optreden óf tegen de beide ouders óf tegen de moeder alléén rechtvaardigen. (M. v. A., blz. 89.) Zie de slotwoorden van art. 6.

Zijn daarentegen de ouders, of is een van hen, uit de vaderlijke macht ontzet, dan zijn zij, of is de ontzette, niet meer krachtens de wet met de verzorging belast. (M. r. A., t. a. p.)

Hoe, indien iemand zich het lot van een vondeling, van een zwerveling of van een tijdelijk door de ouders verlaten kind heeft aangetrokken, en dit weliswaar verzorgt, maar noch krachtens de wet noch krachtens een overeenkomst V (2e 1'. T', blz. 65.) — Een zoodanige zal zeker wel zorgen, dat het kind onderwijs ontvangt; mocht hij het echter exploiteeren, dan zullen die exploitatie en het daarmede samengaande leerverzuim aanleiding geven tot voorziening in de voogdij; terwijl alsdan de voogd krachtens de wet met de verzorging van het kind zal zijn belast. (2e M. v. A., blz. 79.)

Kunnen ouders, die hun kinderen tijdelijk meenemen of zenden naar het buitenland, om ze daar te doen arbeiden, gelijk dit in het oosten van het land dikwijls gebeurt, of die ze op een buitenlandsche kostschool plaatsen, ze daardoor onttrekken aan de wet? (V. V. Ie K., blz. 877.) — In den regel zullen ouders, wier kinderen in het buitenland verblijf houden, met betrekking tot dezen niet onder de bepalingen der wet vallen; de zorg voor die kinderen zal aan anderen in het buitenland zijn opgedragen, zooals wel altijd liet geval zal zijn met hen, die op een buitenlandsche school geplaatst zijn. Laten echter de ouders een bij hen inwonend kind over de grens werken, in plaats van het onderwijs te doen ontvangen, dan zullen zij wel degelijk gestraft kunnen worden. (.IA p. A. Ie K., blz. 389.)

Zijn omgekeerd vreemdelingen, met hun kinderen in Nederland komend, onderworpen aan deze wet? (F. V. Ie K., t. a. p.) — Pit hangt af van de omstandigheid, of zij al dan niet hier te lande een vaste woonplaats hebben; zie art. 7 ouder 1°, jcto art. 8. Het criterium is niet liet vreemdelingschap als zoodanig, maar de vaste woonplaats. (M. r. A. Ie K., t. a. p.j

„voor zoo ver die kinderen bij hen . .'. inwonen". Wonen b.v. de ouders niet samen, dan is alléén aansprakelijk degene van hen, bij wien liet kind verblijf houdt. (.1/. v. blz. 10.)

,voorzoover die kinderen ... in de inrichting onder hun beheer .. . inwonen". De bedenking werd geopperd, dat strafvervolging veelal moeilijkheid zal oplevereu ten aanzien van in gestichten geplaatste kinderen. Wel is de directeur aansprakelijk, zoo liem liet bestuur der inrichting is opgedragen; maar lang niet altijd is dit het geval; gewoonlijk zelfs worden gestichten beheerd door een college van regenten. Dezen nu zullen in den regel kunnen aantoonen, dat de overtreding buiten hun toedoen is geschied, en alsdan, volgens art. 51 van het wetboek van strafrecht, niet gestraft kunnen

Sluiten