Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. I.

worden; terwijl zij niet verplicht zijn, bij overeenkomst de zorg over liet onderwijs der kinderen aan een bepaalden persoon op te dragen. (2e V. V.t blz. 65.) — Op die bedenking antwoordde de regeering als volgt. Of de regenten, die wettelijk voogden zijn, oefenen rechtstreeks het beheer uit, of zij hebben iemand onder den eenen of anderen titel, b.v. van directeur, onder hun toezicht met het dagelijksch bestuur belast. In het eerste geval is het niet denkbaar, dat de overtreding buiten toedoen van ieder der regenten zou zijn gepleegd: in het tweede zijn de aanstelling van den directeur en diens aanvaarding der betrekking de met de voogden gesloten overeenkomst, waaruit zijn verplichting, om voor het genieten van onderwijs te zorgen, voortvloeit. (2e M. v. A., blz. 79.)

„voorzoover die kinderen ... . met hen bij anderen inwonen". Men denke o. a. aan het geval, dat kinderen met hun ouders bij grootouders verblijf houden: dan zijn, of&ehoon de inwoning eigenlijk plaats heeft bij de laatsten, toch de eersten aansprakelijk.

„voldoende lager onderwijs". Het begrip „voldoende" is uitgewerkt in art. 2, waar zoowel voor het school- als voor het huisonderwijs genoemd worden de vakken, waarover het loopen moet. Verder te gaan en ook voor te schrijven, hoeveel uren aan elk vak moeten worden besteed, zou een te groote beperking van vrijheid zijn en belemmerend werken voor den goeden gang van het onderwijs. (M. v. T., blz. 10.) Een regeling omtrent den duur van het onderwijs en het aantal schooldagen aan de openbare school zou niet in deze wet, maar in die op het lager onderwijs tehuis behooren. (M. v. A., blz. H9.)

Tweede lid onder 1°.

*

„eene lagere school". Luidens het eerste lid van art. 2 worden, voor de uitvoering dezer wet, onder lagere scholen verstaan alle scholen van lager onderwijs) hetzij openbare hetzij bijzondere, waar onderwijs wordt gegeven in de vakken, vermeld onder a-h in art. 2. der wet op het lager onderwijs.

„dat het kind als leerling op eene lagere school wordt geplaatst". T)e verplichting, om hiervoor te zorgen, hebben intusschen de aansprakelijke personen, ook al geniet het kind geen huisonderwijs^ slechts voorzooveel niet aanwezig is een der redenen van vrijstelling, genoemd in art. 7.

„en dat het die school geregeld bezoekt''. Geregeld bezoek beteekent niet, dat het kind nooit ontbreken mag. Vooreerst toch vindt men in art. 12 geldige redenen van tijdelijk schoolverzuim vermeld. Maar bovendien, en afgezien daarvan, wordt (zie het tweede lid van art. 2) het schoolbezoek geacht geregeld plaats te hebben, indien gedurende twee achtereenvolgende maanden niet meer dan twee schooltijden zonder geldige reden worden verzuimd.

De heer Ketelaar stelde voor, in plaats van de aangehaalde woorden, te lezen: „en dat het alle lessen, aan die school in zijne klasse gegeven, geregeld bijwoont". En wel om te doen uitkomen, dat, wanneer

Sluiten