Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2.

zijn trouwens ook tal van openbare scholen, waar vrije en ordeoefeningen nog niet gehouden worden. (M. v. T., blz. 10.)

In het oorspronkelijke wetsontwerp was het vak i |de eerste oefeningen van het handteekenen] wèl vermeld. Doch na de opmerking, dat een bijzondere school, waar dit niet onderwezen wordt, toch voldoende kan voorzien in den eisch van ontwikkeling, welke gesteld moet worden (V. F, blz. 21), zag de regeering geen bezwaar om het te schrappen. Krachtens de artt. 16 en 54'"■s der wet op het lager onderwijs is het toch reeds verplicht voor alle openbare en gesubsidieerde bijzondere scholen; terwijl er onder de niet-gesubsidieerde bijzondere slechts 28 zijn. die het handteekenen niet in haar leerplan hebben opgenomen. Men mag als waarschijnlijk aannemen, dat de leerlingen van deze soort scholen, wanneer het vak er niet onderwezen wordt, in den regel elders daarin onderricht ontvangen. (.1/. v. A., blz. 39.)

Met verwijzing naar hetgeen in Engeland, Schotland en Oostenrijk geldt, werd op beperking van de verplichte vakken tot lezen, schrijven en rekenen aangedrongen. In het bijzonder kwamen sommigen op tegen de vermelding van het vak h, aangezien kwalijk kan worden beweerd, dat het onderwijs onvoldoende is, indien er geen les in het zingen gegeven wordt. Ook werd aangevoerd, dat tegen onderwijs in de beginselen van de kennis der natuur bij de ouders bezwaar kan bestaan. (2e F. I', blz. 66. > — I>e regeering weigerde echter aan dien aandrang te voldoen. Het beginsel der wet is, dat er voldoend lager onderwijs moet worden verstrekt. Daartoe is liet noodig, dat het onderwijs zich uitstrekt over de vakken, welke volgens art. 2 der wet op het 'lager ouderwijs de openbare school moet omvatten. Uit een oogpunt van consequentie ware het dus voorzeker beter geweest, ook de vakken i-k hier op te nemen. Om tegemoet te komen aan bezwaren, had de regeering die vakken weggelaten; zij had hiertoe vrijheid gevonden, omdat er in de practijk weinig nadeel van te duchten is. Maar verder meende zij niet te mogen gaan. (2e M. v. A. blz. 79.) — Bij de openbare beraadslaging is door niemand te dien einde een poging gedaan.

Vóór de opsomming der vakken stonden aanvank 'lijk de woorden „ten minste '. Zij zijn echter als overbodig geschrapt. Dat de vakken a-h onderwezen moeten worden, sluit niet in zich, dat geen andere vakken mogen worden onderwezen. (2f M. v. A.. t. a. p.)

Eenigen wenschten als eisch gesteld te zien, dat in de genoemde vakkeu „voldoend" onderwijs worde gegeven. (F. F., blz. 21.) — Doch de regeering had hiertegen ernstig bezwaar, en herinnerde aan de beraadslaging, destijds gevoerd over een amendement op art, 54'"»' van het ontwerp van 1889 tot herziening der wet op het lager onderwijs. (M. ik A., blz. 39.)

Tweede lid.

Ook in een gezin, waar de ouders zich van hun plichten tegenover hun kinderen bewust zijn, kan het wel eens een enkelen keer voorkomen, dat een kind zonder voldoende reden van school wegblijft. Door in deze al te streng te willen optreden, zou men gevaar loopen. de wet impopulair te maken en verzet uit te lokken. (.1/. r. A.. blz. 11.)

Bij het eerste onderzoek in de afdeelingen der Tweede Kamer werd

Sluiten