Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art 7.

wel beter op geworden was, kon er niet toe besluiten, zijn amendement in te trekken. — Het werd verworpen met 78 tegen 9 stemmen. (Hand. II, blz. 1153-61.)

„binnen den afstand van vier kilometer". Elk cijfer is eenigszins willekeurig. Toch diende in de wet een atstandcijfer te worden genoemd, wilde men niet alles aan het arbitrium van de autoriteiten overlaten. Is onder bijzondere omstandigheden ook bij korteren afstand geregeld schoolbezoek, zooal niet onmogelijk, dan toch hoogst bezwarend, zoo is [krachtens art. 17, jcto art. 12 onder 5°.j de arrondissements-schoolopziener bevoegd, tijdelijk verzuim toe te laten of te verschoonen. (Af. v. T., blz. 11.)

Het wetsontwerp sprak van .45 minuten gaans"; doch deze woorden zijn door de aangehaalde vervangen ten gevolge van een amendement van den heer Willing e, die, evenals de heer de Waal M a 1 e f ij t, betoogde, dat minuten gaans een zeer relatief begrip zijn, te vager waar het een door kinderen af te leggen afstand betreft. — Nadat de heer Willinge het eerst door hem voorgestelde cijfer .,vier'. naar aanleiding van een opmerking van de commissie van rapporteurs, gewijzigd had in ..drie", diende de heer Smeenge een sub-amendement in tot herstel van het eerstgenoemde cijfer, omdat dit zoogoed als overeenkomt met 45 minuten gaans, en omdat anders niet alleen de wijze, waarop de afstand wordt uitgedrukt, veranderd zou worden, maar öók de door de regeering voorgestelde afstand zelf. — Dit sub-amendement werd met 63 tegen 24 stemmen aangenomen, en daarna het dienovereenkomstig' gewijzigde amendement-Willinge met 45 tegen 42 stemmen. (lland. ƒ/, blz. 1154-61.)

,waar voor de kinderen plaats te verkrijgen is". I>e bijvoeging is noodig, omdat de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat ouders geen bezwaar hebben tegen het onderwijs op alle scholen, maar alléén tegen die, waar zij hun kinderen geplaatst kunnen krijgen. (M. v. T.. t. a. p.)

Onder 4°.

Naar sommiger oordeel, paste een bepaling als deze niet in een wet op den leerplicht. Waar de staat de ouders gaat dwingen om hun kinderen naar school te zenden, dient zijnerzijds gezorgd te worden, dat, overeenkomstig liet gebod der grondwet, overal van overheidswege voldoende onderwijs gegeven wordt. (V. V., blz. 23.) — De regeering meende integendeel, dat deze bepaling in een leerplichtwet bezwaarlijk kon worden gemist. Het is onmogelijk, bij een zeer verspreid wonende bevolking een school te brengen onders ieders bereik, en het onmogelijke kan door de grondwet niet zijn voorgeschreven. el is het waar, dat nog niet in alle genieenten voldoende uitvoering wordt gegeven aan art. 16 der wet op het lager onderwijs *): doch aan den eenen kant zal de leerplicht

*) Het eerste lid van dit artikel luidt: „In elke gemeente wordt voldoend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal scholen, welke voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid toegankelijk zijn."

Sluiten