Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art 10.

dat de gewetensvrijheid in liet wetsontwerp gewaarborgd werd door art. 10, al zou hij bij de behandeling van dit artikel te onderzoeken hebben, of de techniek van dien waarborg inderdaad de goede en voldoende was. {Hand. II, blz. 1009.) Ook de heer Mackay bracht den minister hulde voor de wijze, waarop hij aan gemoedsbezwaren was tegemoet gekomen. (Hand. II, blz. 1182.) En in gelijken geest sprak de heer de Savornin L o h m a n, al scheen hij te vreezen, dat, als de feitelijke toestand, waarmede nu nog wel rekening moest worden gehouden, anders was, de gemoedsbezwaren vermoedelijk in den doofpot zouden worden gestopt. (Hand. II, blz. 1059.) — Bij de behandeling van het artikel werd het door niemand bestreden, maar kwam alleen ter sprake het hieronder te vermelden amendement van den heer Schaepinan.

Eerste lid.

_de schriftelijke verklaring". Indien het opmaken daarvan voor sommigen bezwarend mocht zijn, zal hun ongetwijfeld door autoriteiten of anderen wel de noodige hulp worden verleend. (M. v. A., blz. 41.)

„voorloopig". Dit woord werd ingelascht naar aanleiding, van opmerkingen, dat het bezwaar van tijdelijken aard kan zijn. b.v. wanneer het betreft den onderwijzer, van wien het kind onderwijs zou ontvangen. ( V. V. blz. 11.)

„liet door de wet gevorderde". Deze bijvoeging ontbrak aanvankelijk. wat aanleiding gaf tot de bedenking, dat de verklaring alléén zou kunnen worden afgelegd door wie zijn kind liever t/eheel van onderwijs verstoken wil laten, dan het naar de openbare school te zenden; terwijl het toch kan voorkomen, dat ouders, die tegen het openbaar onderwijs bezwaar hebben, aan hun kind tehuis eenig onderwijs geven of doen geven, al voldoet dit dan ook niet aan de eischen. in art. 2 vermeld. (2e V. V.. blz. 67. > — De regeering. ofschoon de juistheid der bedenking niet beamend, maakte nochtans geen bezwaar tegen een redactie-wijziging, om alle misverstand te voorkomen. (2° M. v. A., blz. 80.)

Tweede lid.

De schoolopziener *) is als reyel terplicH zijn medewerking te verleenen. Hij mag haar slechts weigeren in het ééne geval, omschreven in het derde lid. In alle andere gevallen is hij verplicht zijn .fiat'- te geven. (2e M. v. A., t. a. p.)

„de li a 11 d t e e k e n i n g ... v a 11 den a r r o n d i s s e 111 e n t s - s c li o o 1opziener". Hoe moet diens handteekening verkregen worden? (F. V. le K.. blz. 382.) — De vraag is op dit oogenblik niet volledig te beantwoorden. omdat het een onderwerp van uitvoering betreft, nader te regelen bij het koninklijk besluit, bedoeld in het derde lid van art. 9. In geen geval echter zullen de belanghebbenden verplicht zijn, zich naar den schoolopziener te begeven om diens handteekening te vragen. (M. v. A. 1' K.. blz. 395.)

•) Hier. en verder in de aanteekeningen, zün. zoovaak van schoolopzieners gesproken wordt, de arrondissement-s-schoolopzieners bedoeld.

Sluiten