Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 12.

Bij de openbare beraadslaging verklaarde de heer Kuyjie r, dat en waarom hij aan de voorgedragen regeling zijn steun niet kon geven. Is een vader al dan niet vrij om zelf over zijn kind te beschikken en te beslissen, of hij het op zijn eigen land al dan niet zal laten medewerken bij het inhalen van den oogst V Op die vraag antwoordt de regeering ontkennend. De vader moet eerst eergnnniny vragen, en kan die alleen krijgen van den schoolopziener. Dit stelsel voert tot het gevolg, dat de schoolopziener patroon en voogd wordt over den vader, aan vvien de bedoelde beschikking, die hij over zijn eigen kind heeft en hebben inoet, niet mag worden ontnomen. Hier stuit men dus weder op het valsche beginsel van deze wet, dat de overheid zich het recht van regeling aanmatigt tot in het gezin. Dit nu is iets, waarmede de spreker niet medeging en niet medegaan mocht. — De minister stelde in het licht, dat, juist 0111 elk verwijt, als het door den heer Knyper tot hem gerichte, te ontgaan, in de wet gebracht is art. 14. hetwelk het bezwaar geheel opheft. Immers, de schoolopziener is, volgens dat artikel, niet bevoegd om naar goedvinden de vergunningen te weigeren of toe te staan: hij is integendeel verplicht ze aan ieder, die ze vraagt, te verleenen, tenzij er zekere, in de wet genoemde omstandigheden bestaan, die weigering noodzakelijk maken. En waaide heer Kuyper den minister toeriep: „maar het blijft toch een vergunning", was zijn wederwoord, dat het dus slechts was een zicli-vastklampen aan een woord. Evengoed zou men kunnen bepalen: indien de in de wet omschreven omstandigheden aanwezig zijn, dan is de schoolopziener verplicht een bewijs af te geven aan de ouders, dat zij het recht hebben hun kinderen gedurende zekeren tijd niet naar school te laten gaan. Dan zou het woord ..vergunning" vermeden zijn, en het zou toch geheel op hetzelfde neerkomen. Op den inhoud eener wet komt het aan: en als er geen bezwaar is tegen den inhoud, maar alleen tegen een enkele uitdrukking, die evengoed door een andere kon vervangen worden, zonderdat de beteekenis of de inhoud er iets door zou veranderen, dan noemde de minister de bedenking daartegen woordenzifterij, en kon hij daarin niet zien een beginsel-bezwaar. — Op dit verweer is de heer Kuyper niet teruggekomen, noch is door hem stemming gevraagd over het artikel, dat zonder hoofdelijke stemming werd aangenomen. (Hand. 11., blz. 1203-06.)

Door den heer Van der Z w a a g werd een amendement ingediend om deze uitzonderings-regeling geheel te doen vervallen, opdat niet een schoolverzuim van zes weken per jaar wettelijk worde gesanctioneerd. Tot toelichting zette hij uiteen, dat, zeker in nog hooger mate de veenarbeid, maar toch ook andere veldarbeid in den regel voor een kind geenszins gezond is; dat in allen gevalle de vergunningen in kwestie in strijd zijn met het doel der wet. omdat zij het klassikaal onderwijs te platten lande radicaal in de war zullen sturen, terwijl toch de wet hoofdzakelijk het betrekkelijk schoolverzuim keeren wil, óók in het belang der niet-verzuimenden; dat trouwens kinderarbeid op het veld niet alleen gemist kan, maar moet worden in liet belang der kinderen, der ouders en der beschaving. — Het amende. ment vond van verschillende zijden zoowel bestrijding als verdediging-.

Sluiten