Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 13.

„voorafgaande aan de aanvrage". Wordt deze geruimen tijd vóór het begin van het verlof gedaan, dan kan in den daartusschen liggenden tijd grove wetsovertreding door schoolverzuim plaats hebben, zonderdat zulks van invloed kan zijn op het verkrijgen der vergunning. Om daartegen te waken, is in den tweeden volzin van dit lid de bepaling opgenomen, dat de schoolopziener de vergunning kan intrekken wegens niet geregeld schoolbezoek na de aanvrage. (M. v. A., blz. 42.)

Voor de aanvragen zullen formulieren worden beschikbaar gesteld. (M. v. A., t. a. p.)

„de school geregeld hebben bezocht-'. Voor het begrip „geregeld" geldt ook hier de omschrijving in het tweede lid van art. 2. Ook worden verzuimen, waartoe verlof is verleend of die gewettigd of verschoonbaar zijn geacht, niet als schoolverzuim aangerekend. (M. v. ^4.,t.a.p.)

„Voor ten hoogste zes weken, ongerekend de vacantiën". Voor veldarbeid zal men, buiten de zes weken, niet nog eens verlof kunnen krijgen op grond van ernstige omstandigheden, krachtens art. 12 onder 5°. I)e verloven voor veldarbeid zijn afzonderlijk geregeld en vallen buiten de regeling der wettelijk geoorloofde verzuimen op grond van andere bepalingen. (Rede van den minister, Hand. II., blz. 1192.)

Wanneer de zes weken verlof over kleine tijdvakken worden verdeeld, is zulks niet in strijd met de wet. (2? M. v. A., blz. 81.)

De vacantiën zijn in den regel op het platteland niet lang; mocht echter meer waarborg noodig blijken, dat niet door verlenging ervan de kinderen te lang aan de school worden onttrokken, dan zal daarin moeten worden voorzien door wijziging van art. 21 der wet op het lager onderwijs *. (Jf. v. A.. t, a. p.)

De heer S m e e n g e, liet samenvallen van de zes weken vergunning met de vacantiën mogelijk willende maken, stelde voor, de woorden „ongerekend de .vacantiën" te schrappen, dewijl hij vreesde, dat.men bij het behoud dier woorden zou zeggen: de gewone vacantiën moeten in ieder geval blijven. — De minister merkte echter op; dat door aanneming van het amendement de toestand niet zou veranderen. De woorden in kwestie zijn er bijgevoegd om de wetsbepaling nog duidelijker te maken: maar al werden zij er uitgenomen, vanzelf spreekt het dat men dan toch ten behoeve van den landbouw buiten de vacantiën zes weken vergunning zou mogen geven. — Het amendement werd verworpen met 59 tegen 40 stemmen. (Hand. II, blz. 1158, 1192, 1204 en 1205.)

*) Luidend: „De regeling . . . van de vacantiën . . geschiedt door liet hoofd der school, en zoo de regeling voor meerdere scholen gelijkelijk werkt, door de hoofden dier scholen gezamenlijk, onder goedkeuring van burgemeester en wethouders en van den dictricts-schoolopziener. B\j verschil tusschen burgemeester en wethouders en den districts-schoolopziener beslist Onze minister, die met de uitvoering dezer wet belast is."

4

Sluiten