Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 15.

beperkt worde de tijd, binnen welken alléén zij gegeven mogen worden. Voor dit een en ander schenen ook hem gedeputeerde staten, na den gemeenteraad te hebben gehoord, het best aan te wijzen lichaam. — Juist echter tegen de opdracht aan gedeputeerde staten maakten zoowel de heer Tydeman als de heer de Beaufort ernstig bezwaar. Zij oordeelden, dat dit, ook in verband met art. 144 deigrondwet, een der onderwerpen is, die aan de gemeentebesturen moeten worden overgelaten ; terwijl eerstgenoemde het bovendien wraakte, dat de praealable vraag zou worden gesteld, of er op landhuishoudkundige gronden reden is om de mogelijkheid van het .verkrijgen dezer verloven te openen, en dat dus aan den maatregel zijn algemeene karakter zou worden ontnomen. — De minister zijnerzijds bestreed niet liet denkbeeld, hetwelk aan het amendement ten grondslag lag. maar kon niet toegeven, dat door den voorsteller voor het beoogde een in elk opzicht goede formule gevonden was. Met name achtte hij het voor gedeputeerde staten een zeer bezwarende opdracht, voor elke gemeente te beslissen, of er behoefte is aan vergunningen, ja of neen; zij kunnen niet, ten aanzien van elke gemeente in hun provincie, voldoende op de hoogte zijn, of er al dan niet in den druksten tijd voldoende werkkrachten beschikbaar zijn, enz.; zij zouden dus bijna geheel moeten afgaan op het advies van den gemeenteraad, en deze zal in den regel wel voor vergunningen zijn, al ware het alleen om de concurrentie met omliggende gemeenten. — Tegen dit laatste merkte de v o o rsteller op, dat liet juist zijn bedoeling was, de gemeenteraden grooten invloed te doen oefenen op de beslissing, maar dat hij, waar liet te vreezen is dat niet alle evenzeer zullen trachten het schoolverzuim te beperken, de macht van gedeputeerde staten ten deze wilde versterken. En wat betreft de stelling, dat deze uit den aard der zaak onvoldoende op de hoogte zijn van plaatselijke toestanden: deze stelling had hem verwonderd van den kant van dezen minister, die onlangs een ontwerp-woningwet had ingediend, waarbij ten opzichte van de bouwverordeningen der gemeenten aan gedeputeerde staten nog al invloed wordt toegekend. — Met 67 tegen 32 stemmen werd liet amendement verworpen. {Hand. II. blz. 1176-1205.)

In één opzicht was de heer Tydeman het met den heer Ketelaar eens: ook hij wilde, dat de vergunningen slechts mogelijk zouden zijn binnen zekeren tijd of zekere tijden des jaars, voor elke gemeente afzonderlijk vast te stellen. Maar hij wilde die vaststelling laten aan de gemeenteraden, wier bevoegdheid hij wilde omzetten in een verplichting, en wier verordeningen hij onderworpen wilde zien aan de goedkeuring van gedeputeerde staten. Bovendien wilde hij de mogelijkheid openen om de verordeningen verschillend te doen zijn voor verschillende gedeelten van gemeenten. Daarom stelde hij voor, art. 15 aldus te lezen:

-In elke gemeente, waar een of meer der bedrijven van landbouw, tuinbouw, veehouderij of veenderij wordt uitgeoefend, regelt de gemeenteraad, hetzij voor de geheele, hetzij voor verschillende gedeelten der gemeente, bij verordening den tijd of de tijden binnen welke, met uitsluiting van de overige tijden van het jaar, de ver-

Sluiten