Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 15 en 16

gunningen, bedoeld in het eerste lid van artikel 13, kunnen worden verleend.

„Over elk daartoe strekkend voorstel wordt, voordat het in den raad in behandeling komt, de arrondissements-schoolopziener gehoord.

.De verordeningen worden aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten onderworpen. De artikelen 196, 197, 198, 200, 201 en 202 der wet van 29 Juni 1851 (Stbl. n°. 85) zijn ten deze toepasselijk."

Terwijl de heer de Savornin L o li m a n de noodzakelijkheid niet inzag om de bedoelde verordeningen te onderwerpen aan de goedkeuring van gedeputeerde staten, en daarom als sub-amendement voorstelde, het laatste lid van het amendement te doen vervallen, verklaarde de minister tegen het amendement geen overwegend bezwaar te hebben, maar de verplichting tot regeling niet in het wetsontwerp te hebben opgenomen, omdat men bij slot van rekening toch afhankelijk blijft van den goeden wil der gemeenteraden: indien b.v. een gemeenteraad een verordening heeft gemaakt, die door gedeputeerde staten niet wordt goedgekeurd,, omdat zij door te lange termijnen de zaak tot een eoinedie-vertooning zou maken, dan kan wel de voorloopig vastgestelde verordening niet in werking treden, maar dan bestaat er niet de minste waarborg, dat er daarna een betere verordening zal worden gemaakt. — Het sub-amendement werd niet 50 tegen 49, en daarna ook het amendement zelf met dezelfde stemmen-verhouding verworpen.

Tweede lid.

„de arrondissements-schoolopziener gehoord". De verplichte raadpleging van dien ambtenaar is raadzaam, aangezien zijn advies in streken, waar dezelfde soort van landbouw wordt uitgeoefend, tot eenvormige regeling voor de verschillende gemeenten kan leiden. (2e M. v. A„ blz. 81.)

Artikel 16.

Het hoofd der school is bevoegd aan de leerlingen schriftelijk verlof te verleenen de school tijdelijk niet te bezoeken:

1°. voor onbepaalden tijd wegens ongesteldheid van het kind;

2°. voor een bepaalden tijd wegens eene der andere redenen, vermeld en bedoeld in artikel 12, sub 5°.

Het onder 2°. bedoelde verlof behoelt, indien het ten aanzien van hetzelfde kind voor meer dan tien schooltijden in acht en twintig dagen verleend wordt, de bekrachtiging van den arrondissementsschoolopziener.

Acht het hoofd der school een schoolverzuim, waarvoor door hem verlof niet werd verleend, wegens eene der in artikel 12 vermelde en bedoelde redenen gewettigd of verschoonbaar, dan doet hij daarvan

Sluiten