Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 16.

mededeeling aan den arrondissements-schoolopziener, ingevolge de bepalingen van artikel 19.

Een verzuim, waaromtrent binnen acht dagen bij het hoofd der school geen bericht is ingekomen met opgave van redenen, wordt door dezen niet als verschoonbaar aangeteekend.

Strekkking van het artikel. Het kwam niet voor in liet oorspronkelijke wetsontwerp, waarin alles, wat met liet relatieve schoolverzuim samenhangt, aan den schoolopziener was opgedragen. Doch overeenkomstig den op blz. 17 en 18 van het V. V. geuiten wensch, is de in dit artikel omschreven bevoegdheid aan het hoofd der school toegekend, ten einde de taak van den schoolopziener te verlichten. Het onderzoek, of ernstige omstandigheden het schoolverzuim rechtvaardigen, kan voorzeker somtijds moeilijk zijn; maar voor het hoofd der school, in den regel meer van nabij bekend met de omstandigheden der leerlingen, zal het toch minder bezwaar opleveren dan voor den schoolopziener, die slechts bij uitzondering bekend is met de leerlingen en de ouders en de bijzondere omstandigheden, waarin zij verkeeren. (2e M. v. A., blz. 81.» — De heer Troelstra verklaarde zich principieel tegen dit artikel: wie eenigszins bekend is met de verhouding op liet platteland tussclien liet hoofd der school en zekere kringen der bevolking, moet het gevaar inzien, dat in de practijk het hoofd der school veel te dikwijls van de hem toegekende bevoegdheid gebruik zal maken, en dat, ondanks hetgeen de minister ten aanzien van art. 12 onder 5°. gezegd had (zie liiervoreu bl. 49), in zeer veel gevallen, behalve de wettelijke zes weken verzuim voor veldarbeid, ten behoeve der boeren voor dien arbeid verzuim zal worden toegestaan. {Hand. 11., blz. 1211.) — Ook de heer Ketelaar betuigde zich met het gelieele artikel niet ingenomen, omdat een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het geven van verlof neerkomt op de onderwijzers, zoodat dezen er door de ouders op aangezien zullen worden, als zij al dan niet verlof verleenen, waardoor zij tegenover anderen in een zeer onaangename positie kunnen komen. Toch moest hij erkennen, dat het (terwijl het misschien mogelijk wezen zou, in een stad, waar een of meer schoolopzieners zijn, de zaak aan dezen over te laten) op liet platteland, waar zij vaak ver af wonen, voor de ouders dikwijls onmogelijk worden zou verlof te vragen. Het geven daarvan door liet hoofd der school is een pü-al(er, maar te verdedigen door de practijk. (Hancl. II, bl. 1206).

De heer Bink besprak het verband tusschen dit artikel en art. 12 onder 5°. Hij betoogde, dat iu laatstgenoemd artikel te onderscheiden valt tusschen 1°. „ongesteldheid van het kind" en „vervulling van godsdienstplichten', die onvoorwaardelijk geldige redenen van verzuim zijn en waaraan de ouders het vecht ontleenen om hun kinderen thuis te houden, en 2°.de „andere ernstige omstandigheden", waaromtrent uitteraard veel afhangt van appreciatie. Daarom vroeg hij, of liet niet rationeel ware, met dit onderscheid rekening te houden, het hoofd der school bevoegd te verklaren tot het geven van verlof, en dus ook tot het weigeren ervan, indien het betreft een reden, in art. 12 onder 5°. niet met name genoemd, maai' hem te verplichten desgevraagd verlof

Sluiten