Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 22.

Wordt in eene gemeente meer dan eene commissie ingesteld, dan wordt iedere commissie voor een bepaald aangewezen deel der gemeente benoemd.

De gemeenteraad bepaalt het aantal leden der in de gemeente in te stellen commissie of commissiën, met dien verstande dat het aantal leden van ééne commissie nergens meer mag bedragen dan negen.

De leden worden benoemd voor den tijd van drie jaren. De aftredenden zijn weder benoembaar.

Indien de gemeenteraad binnen drie maanden na het tijdstip van het in werking treden dezer wet geene commissie tot wering van schoolverzuim heeft ingesteld of in eene in de commissie opengevallen plaats niet binnen drie maanden heeft voorzien, geschiedt de benoeming of aanvulling der commissie door Onzen Commissaris in de provincie.

De werkkring dezer commissiën wordt geregeld bij algerneenen maatregel van bestuur.

Blijft de commissie in gebreke de haar opgedragen werkzaamheden te vervullen, dan treden ter vervulling daarvan burgemeester en wethouders in hare plaats op, naar regelen bij algerneenen maattegel van bestuur te stellen.

Strekking van het artikel. In het wetsontwerp, zooals het in openbare beraadslaging kwam, werden, in § 2 van art. 20 en in § 2 van art. 21, de daar bedoelde werkzaamheden opgedragen aan de plaatselijke commissiën van toezicht op het lager onderwijs, of waar deze ontbreken, aan burgemeester en wethouders; maar tevens bepaalde art. 22, dat de gemeenteraad voor het verrichten dier werkzaamheden een of meer bijzondere commissiën zou kunnen instellen. Door den heer Ketelaar en vier anderen *) werd een amendement ingediend, dat in de meeste opzichten gelijk was aan hetgeen ten slotte art. 22 geworden is. Op wijzigingen, welke in den loop der beraadslaging in het amendement zijn gebracht, zal hieronder de aandacht worden gevestigd; maar tot recht begrip van het navolgende dient hier reeds te worden aangestipt, dat vervallen is een voorgestelde laatste volzin van dezen inhoud: ^Daarbij |bij algerneenen maatregel van bestuur] kunnen aan de commissiën ook nog andere werkzaamheden worden opgedragen, die met de wering van schoolverzuim in verband staan."

De heer Ketelaar, het amendement toelichtend, noemde het een zeer gelukkig denkbeeld van den minister, de mogelijkheid te hebben geopend voor het instellen van dergelijke commissiën; doch diens voorstel ging niet ver genoeg. Vooreerst toch was haar instelling facultatief gelaten; in de tweede plaats was omtrent haar bezigheden weinig en omtrent haar samenstelling niets voorgeschreven. Wil men, dat

") Do namen der vier anderen staan in de Hamlelingen niet vernield. Het waren de heeren V a n Kol. Nolting, Schaper en Troelstra.

Sluiten