Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 23.

Artikel 23.

§ 1. Met geldboete van ten hoogste vijftien gulden worden gestraft ouders, voogden en andere in artikel 1 genoemde verzorgers, die eene in artikel 1 en artikel 6, sub 2°., omschreven overtreding plegen in een van de volgende gevallen:

1°. indien de overtreding betreft een kind, dat ambtshalve als leerling eener lagere school is ingeschreven, en de overtreding gepleegd wordt binnen zes maanden na den dag, waarop het kind geacht

wordt tot de schoolbevolking te behooren;

#■

2°. indien den overtreder de aanzegging bedoeld in artikel'21, § 3, is toegezonden, de overtreding het kind betreft, waarop die aanzegging betrekking had, en de overtreding gepleegd wordt binnen zes maanden, nadat den overtreder de aanzegging toegezonden is;

3°. indien de overtreder te voren ingevolge 1°. of 2°. van deze paragraaf onherroepelijk veroordeeld werd of de boete vrijwillig heeft betaald, de overtreding gepleegd wordt binnen een jaar na die, welke tot de veroordeeling geleid heeft, en zij hetzelfde kind betreft;

4°. indien de overtreder te voren ingevolge 3°. van deze paragraaf onherroepelijk veroordeeld werd of de boete vrijwillig heeft betaald, de latere oveitreding gepleegd wordt binnen een jaar na die, welke tot de veroordeeling geleid heeft, en zij hetzelfde kind betreft.

§ 2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen zes maanden verloopen zijn sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene der overtredingen, in de eerste paragraaf van dit artikel bedoeld, ten aanzien van hetzelfde kind onherroepelijk is geworden of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft betaald, wordt hij gestraft met geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

Bij tweede of volgende herhaling, gepleegd ten aanzien van hetzelfde kind, telkens binnen zes maanden nadat de laatste veroordeeling onherroepelijk is geworden of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft betaald, kan in plaats van de geldboete hechtenis van ten hoogste zeven dagen worden opgelegd.

,<?' 1-

„en andere in artikel 1 genoemde verzorgers . Zie, ten aanzien van in gestichten geplaatste kinderen, de aanteekening bij art. 1.

Sluiten