Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 25.

te geven of te doen geven, maar de onwaarheid daarvan den schoolopziener blijkt) deze het kind krachtens art. 20 ambtshalve op een schoid kan doen inschrijven. - l>e minister ontkende dit: als de vader voldoet aan de voorschriften van art. 4, kan volgens de bepalingen der wet ambtshalve inschrijving niet plaats hebben. Maar liij voegde er aan toe. dat. al ware de uitlegging van den heer de Savornin Lohman juist, ook dan nog art. 25 noodig zou blijven; want gesteld al, dat de schoolopziener bevoegd ware ambtshalve inschrijving te bevorderen indien blijkt dat in het geheel geen huisonderwijs wordt gegeven, dan zou hij tocli, bij verwerping van art. 25. niets vermogen, indien blijkt dat ja, wel eenig huisonderwijs gegeven wordt, maal' zóo dat dit eigenlijk een paskwil is. Overigens betoogde de minister, dat liet artikel, waarvan de heer de Savornin Lohman een caricatuur had gemaakt, niet kon worden gemist tegenover ouders, die, om van de leerverplichting zich te bevrijden, öf huisonderwijs voorwenden, èf het doen geven op een wijze, dat liet eigenlijk geen onderwijs kan worden genoemd. "Wel gat hij toe. dat zulks niet heel dikwijls zal voorkomen: doch dit neemt niet weg, dat dergelijke misbruik zich kan voordoen, en dat de overheid tegenover zulke ouders niet machteloos mag staan. — Het artikel, waarover hoofdelijke stemming werd gevraagd, is aangenomen, met 52 tegen 43 stemmen.

Eerste lid.

„De arrondissements-schoolopziener is bevoegd te verzoeken tot de lessen te worden toegelaten". Het niet-voldoen aan dit verzoek behoeft niet door een strafbepaling te worden gesanctionneerd. Wordt het verzoek geweigerd, dan zal voor den schoolopziener meestal de tijd gekomen zijn 0111 zich door een onderzoek [volgens liet tweede lid | op de hoogte te stellen van de vorderingen van het kind. (M. v. A., t. a. p.) Ten einde zelfs den schijn te vermijden, alsof men er niet voor zou terugdeinzen het huisrecht te schenden, is aan de ouders niet de verplichting opgelegd, den schoolopziener tot de lessen toe te laten. (M. v. A. le K., blz. 392.) — Intusschen stelde de heer Ketelaar voor, den volzin aldus te lezen: „De schoolopziener is bevoegd de lessen bij te wonen, mits hij zijn verlangen daartoe minstens tweemaal vieren twintig uren te voren aan de ouders, voogden of andere in art. 1 genoemde verzorgers schriftelijk heeft te kennen gegeven." — Het amendement werd echter ingetrokken na de opmerking van den heer Mackav, dat het strijdig was met art. 158 der grondwet *) De voorsteller meende weliswaar, dat aan het grondwettelijke bezwaar zou zijn tegemoet te komen, maar dan zouden zóóveel bepalingen aan liet voorgestelde moeten worden toegevoegd, dat hij de sop de kool niet waard achtte.

•) Het binnentreden in eene woning tegen den wil van den bewoner is alleen geoorloofd in dê gevallen b(J de wet. bepaald, krachtens eenen blonderen of algenieeiien last van eene macht bij de wet aangewezen.

„De wet regelt de vormen, waaraan de uitoefening van deze bevoegdheid gebonden w.

Sluiten