Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 25-27.

Zecvtule lid.

Ten opzichte van niet-gesubsidieerde bijzondere scholen kunnen de bepalingen van art. 21, welke slechts strekken om geregeld schoolbezoek te verzekeren, onvoldoende zijn, omdat de waarborg ontbreekt, dat aldaar voldaan wordt aan den eisch van liet eerste lid van art. 2. Daarom worden zij hier met huisonderwijs gelijk gesteld, zoo er minder dan zestien uren per week onderwijs gegeven wordt in de vakken a-h deiwet op het lager onderwijs. Voorzoover dat onderwijs wèl het genoemde aantal of meer uren 's weeks omvat, werd de toepasselijkverklaring van art. 25 onnoodig geacht. (M. v. A., blz. 14.)

Aan den aandrang van den lieer M a c k a y, om dit lid terug te nemen^ kon de minister niet voldoen. Men mocht het niet voorstellen, alsof een school, waar een enkel uur minder les wordt gegeven, dan in andere scholen, daarom lastig zal worden gevallen. Maar er zijn gevallen van ernstig misbruik mogelijk; men kan zich scholen denken, waai niet lbot 18 uren per week les wordt gegeven, maar b.v. slechts 5 of 6 uren, en dan kan tusschenkomst van het schooltoezicht alleszins noodzakelijk worden. (Hond. II. blz. 1251-52.)

Laatste lid.

Op een vraag in het V. 7., blz. 29, antwoordde de regeering. dat het geenszins de bedoeling was, bij algemeenen maatregel van bestuur nieuwe verplichtingen op te leggen. Nadere regeling is echter noodig, o. a. omtrent de wijze van aanmaning en de wijze waarop het examen zal worden afgenomen. (.M. v. A., blz. 45.)

Artikel 26.

Op ouders, voogden of andere in artikel 1 genoemde verzorgers, die zich schuldig maken aan overtreding van een der voorschriften van artikel 25, zijn de strafbepalingen van artikel 23 toepasselijk.

Artikel 27.

De kennisneming van de overtredingen, bedoeld in artikel 23. in verband met de artikelen 1 en 6, behoort tot de bevoegdheid van den kantonrechter, binnen wiens ambtsgebied is gelegen de lagere school, tot welker schoolbevolking het kind behoort.

De kennisneming van de overtredingen, bedoeld in artikel 26, behoort tot de bevoegdheid van den kantonrechter, binnen wiensambtsgebied is gelegen,

a. indien het kind inwoont bij of met den aansprakelijken persoon, diens woonplaats;

b. indien het kind inwoont in eene inrichting onder het beheer van den aansprakelijken persoon, deze inrichting.

Sluiten