is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet (wet van 7 juli 1900, staatsblad no. 111) en de daarbij behoorende uitvoerings-maatregelen, met aantekeningen ontleend aan de schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseling tusschen regeering en staten-generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 34.

genoten hebben, gelegenheid zal worden gegeven tot het genot van herhalingsonderwijs, maar dat geen verplichting bestaat 0111 daarvan gebruik te maken. Bij het lezen en beoordeelen van art. 34 worde in het oog gehouden, dat verscheiden bepalingen ervan ontworpen zijn in verband met en berekend waren op de verplichting, welke ten slotte niet is opgelegd.

Met een amendement om, in plaats van „herhalingsonderwijs , te lezen „vervolgonderwijs", wilde de heer Ketelaar aan de zaak een juisteren naam geven; immers, het doel van dit onderwijs is volstrekt niet alleen, het vroeger geleerde te herhalen, maar wel degelijk het reeds geleerde voort te zetten. — Het werd echter met 44 tegen 3o stemmen verworpen na de opmerking van den minist er, dat hij, indien er toch een ander woord in de wet moest komen^veel liever „voortgezet onderwijs" zou gekozen zien. (Hand. II, blz. 1257.)

Artikel 34.

Artikel 17 der wet tot regeling van het lager onderwijs *) wordt gelezen, als volgt:

„Aan hen, die het gewoon lager onderwijs genoten hebben, wordt gelegenheid gegeven tot het genot van herhalingsonderwijs.

Het herhalingsonderwijs kan zich ook uitstrekken tot vakken, die niet begrepen zijn geweest in het genoten lager onderwijs.

De gemeenteraad regelt, na overleg met den districts-schoolopzienei en na ingewonnen bericht van het hoofd of de hoofden der lagere scholen, den omvang van het herhalingsonderwijs en de wijze waarop het zal worden gegeven, naar plaatselijke behoeften, met inachtneming der volgende voorschriften:

1«. dat het ten minste gedurende zes en negentig uren in het jaar moet worden gegeven:

2°. dat het moet omvatten ten minste vier vakken van onderwijs, waaronder ten minste twee welke begrepen zijn onder het gewoon schoolonderwijs;

3°. dat het zóó moet zijn ingericht, dat ouders, die hunne kinderen niet meer dan 96 uren herhalingsonderwijs in het jaar willen doen genieten, die kinderen een geregelden cursus kunnen doen bijwonen, zonder dat dit aantal uren wordt overschreden;

VuoV>/ooveèlU'aoenlUk wordt aan hen, die het gewoon lager schoolonderwijs genoten hebben gelegenheid gegeven tot het genieten van herhalingsonderwijs

Het heSgsondenvüs kan zich uitstrekken tot een of meer der vakken, vermeld m arUkel 2 onder !-<„ al zijn die vakken niet begrepen geweest in het genoten schoolonderwys