Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 34.

(lat art. 15" der wet op liet lager onderwijs, de gelieele wet niet toepasselijk verklarend op de daar-bedoelden, alléén spreekt van „bijzonder onderwijs". Maar art. 42bis zegt, dat „voor de onderwijzers aan openbare scholen, uitsluitend belast met het onderwijs in een of meer der vakken", aldaar genoemd, verscheiden artikelen der wet niet gelden; o. a. niet art. 6, houdend dat niemand onderwijs mag geven, die niet in het bezit is eener akte van bekwaamheid *). De door den heer Kuyper bedoelde vee- of vlasboer mag dus evengoed in een openbare als in een bijzondere school landbouwkunde onderrichten.

Derde lid.

„De gemeenteraad regelt". Dit juichte de heer Kuyper toe inzoover daaruit bleek, dat de minister zelf inzag, er met uniformiteit niet te kunnen komen. Maar hij verwachtte, dat op de vraag, wat moeilijker te regelen is, het gewoon lager of het herhalingsonderwijs, allen zullen toestemmen: het eerste. Want bij het laatste rijst zulk een tal van moeilijkheden, dat zonder lange voorafgaande studie en onderzoek de regeling en omvang ervan niet kunnen worden bepaald. En toch (terwijl men in de staten-generaal keer op keer, dagen, maanden en jaren, bezig is geweest om het gewoon lager onderwijs te regelen en nog eens te regelen, en thans moet erkennen dat het er zelfs nu nog zeer gebrekkig uitziet), nu zal men aan de gemeentebesturen van kleine dorpen als Urk, Hypolitushoef, enz. deze veel moeilijker taak opleggen. — De minister had die bedenking in de allerlaatste plaats verwacht van den spreker, den voorstander van de autonomie deigemeenten, den overtuigden voorstander tevens van een schoolstelsel, waarbij de gelieele regeling van het onderwijs zou worden overgelaten aan de ouders; en nu mag men toch wel aannemen, dat ook in kleinere gemeenten de meest-ontwikkelden onder de ouders in den gemeenteraad zullen zitting nemen. Doch bovendien: wel wordt de regeling aan den gemeenteraad opgedragen, maar niet zonder beperking. Er worden in ;le wet zelve voorschriften gegeven, waaraan de gemeenteraad gebonden is; voorschriften, die eensdeels dienen om misbruik te voorkomen, anderdeels om zooveel mogelijk te waken, dat in de verschillende genieenten althans voldoend onderwijs zal gegeven worden. En tevens worden van toepassing verklaard de artt. 18 en 196 der wet op het lager onderwijs, opdat de zaak niet aan het toezicht van het hooger bestuur worde onttrokken. IHand. II, blz. 12(16 en 1283.)

„na overleg met den dist r iet s-sc li ooiopziener en na ingewonnnen bericht van li e t hoofd of d e hoofden der

*) Art. 15: „Deze wet is niet toepasselijk op:

a. hem, die uitsluitend in een der vakken, vernield in art. 2 onder h, i, k, q9 r, rbis en t. Wijzonder onderwas geeft."

Art. 42bis, eerste lid: „De artt t>, 26. 27 lit. a en 3542 gelden niet voor de onderwijzers aan openbare scholen, uitsluitend belast met het onderwijs in een of meer der vakken, vermeld in art. 2 onder h, i, k, q, r, rbis en t."

Art. 0. eerste lid: „Niemand mag lager onderwijs geven, die niet in het bezit is der bij deze wet gevorderde bewijzen van bekwaamheid en zedelijkheid."

Sluiten