Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. dat de uitnoodiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt gericht aan het hoofd der school en aan den onderwijzer der klasse, indien de leerlingen in eene andere klasse geplaatst zijn dan waarin het hoofd het onderwijs geeft;

3°. dat het tweede lid van artikel 4 op het hoofd der school en den onderwijzer der klasse toepasselijk is.

Artikel 9.

Kosten van lokaalhuur, uit de toepassing van dit besluit voortvloeiende, komen ten laste van het Rijk.

De formulieren der kaarten, bedoeld in artikel 3, worden van Rijkswege aan de arrondissements-schoolopzieners verstrekt.

Artikel 10.

Dit besluit treedt in werking op het in artikel 38 der Leerplichtwet bedoelde tijdstip.

Onze Minister van Binnenlandsclie Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

's Gravenhage, den lfiden November 1900.

WILHE LMINA.

De Minister eau Binnenlandache Zaken,

h. goeman borgesius.

Uitgegeven den dertigsten November 1900.

De Minister van Justitie,

cort v. d. linden.

(Staatsblad n°. 202.) BESLUIT van den 19den November 1000, tot vaststelling van regelen, waarnaar de gemeenteraad bevoegd is aan schoolgaande kinderen, ter bevordering van het schoolbezoek, voeding en kleeding te verstrekken of met dat doel subsidie te verkenen.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oraxje-Nassaü, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van 14 September 1900, n°. Ö4963, afdeeling Onderwijs;

Overwegende, dat ingevolge art. 35, eerste lid, der Leerplichtwet door Ons regelen moeten worden gesteld, waarnaar de gemeenteraad bevoegd is, voeding en kleeding te verstrekken aan schoolgaande

Sluiten