is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet (wet van 7 juli 1900, staatsblad no. 111) en de daarbij behoorende uitvoerings-maatregelen, met aantekeningen ontleend aan de schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseling tusschen regeering en staten-generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOELICHTING.

De letters, waarmede de redenen van verzuim op dezen staat worden aangewezen, zijn gelijk aan die, voorkomende op de achterzijde van het buiten vel van de lijst, model C, vastgesteld bij beschikking van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van 15 September 1900, n°. 5530bis, afd. Onderwijs.

Behoort bij Koninklijk besluit van 1 December 1900, n°. 44.

Mij bekend.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (geteekend) H. Goeman Boegesius.

N°. TOOI2.

Afd. Onderwijs.

De Minister van Binnenlandsche Zaken,

Gelet op artikel 13 der Leerplichtwet;

Heeft goedgevonden, te bepalen:

Art. 1.

De arrondissements-schoolopziener houdt in een register aanteekening van de door hem ten behoeve van werkzaamheden in of voor de bedrijven van landbouw, tuinbouw, veehouderij of veenderij verleende vergunningen om de school tijdelijk niet te bezoeken, van den duur, waarvoor ze zijn toegestaan, van de gevallen, waarin dergelijke vergunning door hem is afgewezen of ingetrokken, en van de beslissing van den districts-schoolopziener in hooger beroep.

Voor dit register wordt vastgesteld het bij deze beschikking behoorende formulier: model G.

aet. 2.

De arrondissements-schoolopziener zendt binnen tien dagen na het verstrijken van iedere maand een afschrift van de gedurende die maand gemaakte aanteekeningen aan den districts-schoolopziener.