Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50 ets. moet opleggen; en nu mag f 10.- voor zulk een feit voor een koppigen rijken veehouder veel te weinig zijn, voor een armen tobber is het veel te veel, ja onoverkomelijk.

K. H., arbeider te G., werd 2 October 1901 door den kantonrechter te Geldermalsen. die blijkbaar meende, dat de Leerplichtwet geen andere uitlegging toeliet, veroordeeld tot 88 geldboeten van 50 ets., ƒ44.- dus of 88 dagen hechtenis. Dit vonnis werd bij arrest van 16 December 1901') door den Hoogen Raad vernietigd voor zooverre deze straffen betreft, en de man werd veroordeeld niet tot 88 geldboeten, zijnde evenveel als er schooltijden waren verzuimd, maar tot één boete, zulks op de volgende overwegingen:

.dat toch volgens artikel 6, 2° der genoemde wet ten aanzien van een kind, dat als leerling op eene lagere school geplaatst is de verplichting, in artikel 1 bedoeld, niet wordt nagekomen zoo dikwijls liet kind de school niet geregeld bezoekt, hetgeen ingevolge artikel 2, tweede lid het geval is, indien gedurende twee achtereenvolgende maanden meer dan twee schooltijden zonder geldige redenen zijn verzuimd; . .

overwegende, dat het bewezen verklaarde verzuim mitsdien oplevert eeue enkele overtreding van artikel 1 en artikel 6 2 strafbaar gesteld bij aitikel 23 § 1, 2° der Leerplichtwet, zoodat door de veroordeeling tot meer dan één geldboete die artikelen zijn geschonden", enz.

Vele kantonrechters veroordeelden vóór dit arrest op de wijze van hun collega te Geldermalsen tot evenveel boeten als er schooltijden waren verzuimd. In het tabellarisch overzicht, dat wij straks laten volgen, zijn die boeten bijelkander geteld, zoodat b. v. een veroordeeling tot 6 boeten van 50 ets. staat aangeteekend onder de boeten van f3.—. Practisch kwam het daarop toch neer.

Van wanneer tot wanneer loopt nu zulk een voortgezette overtreding'} Ook hierop is reeds door ons hoogste rechtscollege een antwoord gegeven.

Voordat de verzorger van een leerplichtig kind, dat de school verzuimt, met den strafrechter in aanraking komt. wordt hij door den schoolopziener vermaand en door de commissie tot wering van schoolverzuim gewaarschuwd. Helpt dit niet, dan wordt hem door den schoolopziener een aanzegging gezonden, dat de administratieve behandeling is gesloten en verdere overtreding der wet strafrechtelijk

zal worden vervolgd.

Wanneer nu na de uitreiking dezer aanzegging het ongeregeld schoolverzuim niettemin voortduurt, treedt de strafbare overtieding in Daarbij deed zich allereerst deze vraag voor: heeft na de ontvangst van zulk een aanzegging de vader nog recht op de twee schooltijden per 60 dagen, die volgens de Leerplichtwet zonder geldige redenen mogen worden verzuimd of niet? dat wil dus zeggen, is hij eerst in overtreding bij den derden verzuimden schooltijd of reeds

1) W. 789S.

Sluiten