Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenkomstig art. 21 § 3 vanwege den arrondissements-schoo opziener aan den naar art. 1 aansprakelijken persoon eene schriftelijke aait zegging is uitgereikt, dat de administratieve behandeling van zijne overtredingen met betrekking tot het in de aanzegging met name

te noemen kind is afgesloten; .... A ,„on„ 1

dat deze aanzegging, en hare uitreiking aan den volgens arL l aansDrakeliiken persoon, is eene voorwaarde der ontvankelijkheid van de op grond van art. 23 § 1, 2° ingestelde strafvervolging maar dat zij uit den aard der zaak en volgens de beginselen van het bewijs in strafzaken, waarvan alleen art. 28 eene afw «king bevat, niet kan gelden als bewijs van daaraan voorafgegane school-

"S'T.' h,™KTvE?» het onderzoek „aar acho.1ïerznlmen die in de afgesloten administratieve t.H,,n>iHi||i- , ~.r daarbij voorgeschreven maatregelen (aanmaning, waarsclniwing, aanzegging) zijn afgedaan, in liet strafgeding ook geheel in strijd zoude zijn met het hierboven aangeduide stelsel van stJen?® a ~ scheiding tusschen de administratieve behandeling en de .

teliike vervolging van overtredingen van de Leerplichtwet;

dat hieruit volgt, dat de rechter bij de beantwoording der vraag of het schoolbezoek in den zin van art 6, 2° in/erband met art-2 •We lid .niet geregeld"' was, dat is of gedurende twee achtereen volgende maanden meer dan twee schooltijden zonder ge ^e re e ziin verzuimd, geen acht kan noch mag slaan op schooHeiziumen die vóór de uitreiking der in art. 218 3 bedoelde aanzegging zouden hebben plaats gehad."

Waarmee dus de Hooge Raad uitdrukkelijk heeft uitgemaaktjïafc de strafbare overtreding begint met den derden schooltyd, ^J)l™ 6 maanden na de ontvangst van de aanzegging des schoolopzieners

otmrler aeldiae reden wordt verzuimd ')• , ,

Bij een ander arrest werd uitgemaakt tot wanneei des ooi ger overtreding blijft voortduren. Ziehier de casuspositie: 0„h™i

l H W te E verkoos zijn jongen niet als leerling eenei schoo te doen inschrijven Hij werd dis den 1 Juli .901 door de commissie tot wering van schoolverzuim ambtshalve geplaatst. Zondei ^^ge reden werden niettemin verzuimd de schoofden van 2 totffJuli, vervolgens die van 12. 13, 14, 16 en 17 Augustus; den 21 Jugubt wprii ffemelde J. H. W. daarop gedagvaard ter zake van de veizuime op 2 tot 6 Juli en deswegens door den kantonrechter vari Roermo>n veroordeeld, en den 16 September werd h« ^r de ^^de maal gedagvaard, nu voor de verzuimen op 12 tot 1 i Augustus,, a ( J vestigen daarop de aandacht) hadden plaats gehad vooi

da|uaaisfllhet een algemeen geldende regel in het strafrecht, dat niemand tweemaal kan gestraft worden voor hetzelfde feit; enï stelt het O. M. niettemin voor eenzelfde feit nogmaals g ®

in, dan moet het door den rechter met ontvankelijk woiden \er

1) Hetzelfde werd nuk gezegd in het volgende arrest.

Sluiten