Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kiaaia. z,oo ging het ook hier. De kantonrechter te Roermond

overwoog:

"dat\ v°teens het systeem der (leerplicht) wet de ouder eerst strafrechtelijk verantwoordelijk is, wanneer het kind, dat bij hem inwoont gedurende twee achtereenvolgende maanden meer dan twee schooltijden zonder g-eldige redenen verzuimt-

dat de overtreding van art. '23 § 1 n°. 1 jis. de artt. 1 en 6 der wet,'s eene. voortdurende overtreding, die voortduurt, totdat zij wordt gestuit, doordat de schuldige door eene dagvaarding- wordt aansprakelijk gesteld voor het doen voortduren van dien onwettig-en toestand; . 6

dat de beklaagde thans vervolgd wordt ter zake van schoolverzuim van zijn 13-jarig zoontje J. H. gedurende de voor- en namiddagschooltijden van 12, 13, 14 en 16 Aug. 1901 en gedurende den voormiddagschooltijd van 17 Aug. 1901;

dat de beklaagde voor dit Kantongerecht ingevolge eene dagvaarding, uitgebracht den 21 sten Allg.. 1901) is vervolgd ter zake van

i t 'J-eï .?nirÉT i ? Sch°o1 doeu bezoeken door zijn zoon J. H., die van 1 Juli 1,(01 als leerling der openbare lagere school te Hingen was ing-eschreven, binnen zes maanden na den dag, waarop die jong-en geacht .werd tot de schoolbevolking te behooren, en wel bepaaldelijk wegens schoolverzumen, gepleegd gedurende de vóór- en namiddagschooltijden van 2, 3, 4 en 5 Juli 1901 en gedurende den voormiddagschooltijd van b Juli 1901 te dier zake is veroordeeld tot eene geldboete van fl, subsidiair één dag hechtenis;

dat door de dagvaarding, die den beklaagde op '21 Aug. 1901 werd beteekend, deze werd aansprakelijk gesteld voor den verboden toestand, die bestond vóór den 21sten Aug. 1901;

dat de nieuwe vervolging, die door de dagvaarding van den 16 <ten eP • - 01 is begonnen, derhalve alleen betrekking kan hebben op den vei boden toestand die is blijven voortbestaan na den 21sten Aug. 1901."

En deze beschouwingen noemde de Hooge Raad bii arrest van 10 Februari 1902 >) „alleszins juist". Wij lezen daar: J

„dat wel, blijkens art. '2, 2e lid, geen schoolbezoek in den zin der wet ongeregeld is, indien niet meer dan twee schooltijden gedurende twee achtereenvolgende maanden zonder e-eldig-e reden worden verzuimd;

dat hieruit echter alleen volgt, dat zoodra binnen gemeld tijdvak diie schooltijden zijn verzuimd zonder geldige reden, eene vervolging kan worden ingesteld wegens ongeregeld bezoek 2), niet dat, gelijk de req. beweert, zoolang eene vervolging niet is ingesteld, elke drie verzuimde schooltijden te zamen één strafbaar feit opleveren;

dat daarentegen zoolang een vervolging wegens ongereg-eld schoolbezoek met is ingesteld tegen hen, die volgens de wet voor

1) W. 7724.

2) Hier zegt de H. R. nogmaals, wat wu reeds zooeven hebben bespreken.

Sluiten