Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een geregeld schoolbezoek zorg hebben te dragen, hunne overtreding voortduurt, waaruit tevens volgt, gelijk door den kantonrechter terecht is aangenomen, dat verzuim van schooltijden, dat vóór de eerste vervolging heeft plaats gehad, al had die eerste vervolging daartoe geen betrekking, bij eene tweede vervolging niet in aanmerking mag komen."

Begint de strafbare overtreding met den deiden schooltijd, die zonder geldige reden wordt verzuimd binnen 6 maanden, nadat de aanzegging van den schoolopziener is ontvangen, zij wordt voortgezet totdat zij door een dagvaarding wordt gestuit. \ olgt op die dagvaarding een vonnis, dan is daardoor dus met dien beklaagde afgerekend (zou men kunnen zeggen) tot aan den dag dei dagvaarding.

Armoede als geldige reden van schoolverzuim.

J S schipper te ter A. was door den kantonrechter te Alfen den 20 December 1901 veroordeeld tot f 2.- boete wegens overtreding der Leerplichtwet. Hij had zich ter terechtzitting beroepen op ziin armoedige omstandigheden, maar tevergeefs. De kantomechtei oordeelde -dat de reden, door den beklaagde aangevoerd, niet kan worden gebracht tot de gevallen, waarin volgens meergemelde wet (de Leerplichtwet) de verzorgers van de naleving dei in aitikel opgelegde verplichtingen zijn vrijgesteld."

De veroordeelde had, toen hij tegen dit vonnis in cassatie kwam, meer succes bij den Hoogen Raad met zijn verdediging dan bij den kantonrechter. Het vonnis werd vernietigd bij arrest van 10 Maait 1902 ') op grond van de volgende overwegingen:

.dat onder de geldige redenen van tijdelijk schoolverzuim, in art. 12 der Leerplichtwet vermeld, armoede niet uitdrukkelijk wordt genoemd, maar dat aan de in het artikel opgenoemde redenen in N». 5 ten slotte wordt toegevoegd: „of andere ernstige omstandigheden. die als geldige redenen kunnen worden beschouwd;

O dat dus de kantonrechter had moeten onderzoeken, ot 111 dit geval de door den beklaagde te zijner verdediging ingeroepen armoede van dien aard was, dat zij viel ouder de ernstige omstandigheden, in evengemelde wetsbepaling bedoeld.

O , dat voor dit onderzoek hier des te meer aanleiding bestond, omdat blijkens de geschiedenis van het tot stand komen der wet de regeering het niet raadzaam had geacht armoede als steeds geldige reden van tijdelijk schoolverzuim te vermelden, maar de beslissing hieromtrent in elk bijzonder geval aan de omstandigheden

wilde zien overgelaten; .

O., dat de kantonrechter bij het bestreden vonnis voormeld onderzoek nalatende. de artt. 211, '221, 228 en 2o8 van het \Y etboek van Strafvordering in verband niet art. 12 der Leerplichtwet heett g schonden", enz.

n w. 77»;

Sluiten