Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Antwoord.

§ i. Was het den ondergeteekende aangenaam te vernemen, dat er omtrent het doel, door dit wetsontwerp beoogd, geen verschil van gevoelen bestaat, tot zijn leedwezen heeft hij tevens uit het Voorloopig Verslag moeten zien, dat sommige leden zich in beginsel niet konden vereenigen met het middel, door de Regeering voorgedragen.

Uit de motiveering echter van de redenen, waarom die leden, ofschoon gaarne willende medewerken om het lager onderwijs zooveel mogelijk onder het bereik van allen te brengen, in beginsel tegen leerplicht gekant waren, meent ondergeteekende te mogen opmaken, dat de beteekenis van den door de Regeering voorgedragen maatregel niet door allen juist is begrepen. Ten onrechte toch wordt beweerd, dat het der Regeering niet te doen zou zijn om leerplicht, maar om dwang tot schoolbezoek, want dat èn blijkens de toelichting èn blijkens artikel i in verband met artikel 4 huisonderwijs slechts bij uitzondering wordt toegelaten. Deze opvatting 1111 rust blijkbaar op misverstand. Het is der Regee'ing, zooals ook reeds door andere leden werd opgemerkt, alleen en uitsluitend te doen om het verzekeren van het noodige onderwijs aan allen. Of dat onderwijs wordt genoten op school dan wel te huis, is der Regeering onverschillig, mits slechts de waarborg bestaat, dat deugdelijk onderwijs wordt verstrekt. Niet bij uitzondering wordt toegestaan kinderen te huis te doen onderwijzen; aan allen, die daaraan de voorkeur geven en er toe in de gelegenheid zijn, is het geoorloofd. Wel wordt in artikel 1 voorop gesteld, dat de ouders verplicht zijn hunne kinderen geregeld een school te doen bezoeken, maar dit betreft alleen den vorm, want uit een volgend artikel blijkt, dat die verplichting ophoudt, zoodra een vader zijn kind huisonderwijs doet genieten. Ware voorop gesteld dat de ouders verplicht zijn hunne kinderen huisonderwijs te doen genieten, met de toevoeging, dat die verplichting ophoudt zoodra het kind geregeld de school bezoekt, dan zou in het wezen der zaak niets zijn veranderd. Maar dergelijke omzetting zou weinig aanbeveling verdienen, omdat dan volgens de wet regel zou zijn wat f e i t e 1 ij k wel uitzondering moet blijven. Immers, niet ten gevolge van wettelijke voorschriften, maar ten gevolge van de feitelijke toestanden, zijn weinig ouders in staat huisonderwijs te bekostigen, zoodat de overgroote meerderheid, willen zij hunne kinderen onderwijs doen genieten, hen wel naar de school moeten zenden. Overwegend bezwaar is er echter niet artikel 1 zóó te redigeeren, dat aan het formeele bezwaar wordt te gemoet gekomen en de bedoeling der Regeering nog duidelijker uitkomt.

De grief dat het der Regeering alleen te doen zou zijn om dwang tot schoolbezoek is te meer ongegrond, omdat ouders, die in gemoede bezwaren hebben hunne kinderen aan een der scholen in hunne omgeving toe te vertrouwen, volgens de bepalingen van het wetsontwerp niet ge-

Sluiten