Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ken overzicht van de wetgeving in het buitenland is als bijlage 1 bii deze Memorie gevoegd. J b J

Ken belangrijk wetsontwerp van een zoo uitvoerige toelichting te voorzien, dat er weinig meer te vragen overblijft, is tot nu toe aan geen eiike Minister gelukt. De ervaring leert integendeel, dat de Voorloopige Verslagen een grooteren omvang verkrijgen, naarmate dat de gronden waarop het wetsontwerp steunt, uitvoerig zijn ontwikkeld

Een wetsontwerp op den leerplicht was v roeger nog niet bij deTweede Kanier aanhangig gemaakt. Te ontkennen is het niet, dat zich daarbij ook technische vraagpunten voordoen die voor verschillende oplossing vatbaar

Zl'uh0" T t Vn°r al 'He vraaêPunten terstond eene oplossing zou hebben gevonden, die allen kan bevredigen, heeft hij zich geen oogen blik voorgesteld De wetgeving in andere landen kon hem zeer weinig tot richtsnoer strekken, daar in de buitenlandsche wetten de knoop veelal or>

ruwe wijze is doorgehakt en meer aan de uitvoering is overgelaten dan hier wenschelijk zou worden geacht. vergeiaten, ',an

Naar aanleiding van het ingediende ontwerp zijn ook de onderdeelen Z"Z Tttehjk,e re?el,ng het eerst het onderwerp geworden van

gezette bespreking in en buiten de Kamer. Ondergeteekende schroomt niet te verklaren, dat nadere deskundige voorlichting hem de overtuiging heeft geschonken dat zijn ontwerp op sommige punten wijziging behoeft.

Het advies van den Minister van Justitie o\er de strafbepalingen is ingewonnen. 1 6

§ 2. Het wetsontwerp strekt in de eerste plaats tot bescherming van kinderen, die met voor zich zelf kunnen zorgen en een treurige toekomst te gemoet gaan, wanneer zij verstoken blijven van de elementaire kennis, die in den bestaanden maatschappelij ken toestand voor allen noodig moet «vorden geacht. b

De wenschelijkheid van getrouw schoolbezoek wordt op zich zelf door allen erkend, maar door vele leden werd de vraag, of de Staat het recht heeft op de voorgestelde wijze aan de ouders de verplichting op te leggen hunne kinderen naar school te zenden of huisonderwijs te doen genieten, ontkennend beantwoord. Evenals in § i wordt op den voorgrond gesteld de gratuite, onhoudbare bewering, dat het wetsontwerp aan de ouders de beslissing over de wijze van opvoeding onttrekt, maar er wordt hier bijgevoegd, dat de voorgedragen regeling uitgaat van de stelling, dat de kinderen niet aan de ouders maar aan den Staat behooren. „Reeds nu'' — zoo wordt gezegd — „ontneemt het wetsontwerp de beslissing over quaesties van zuiver paedagogischen aard aan de ouders, en op den duur kan de wetgever zich niet onttrekken aan de consequenties van het socialistisch stelsel van staatsalmacht, waarvan het wetsontwerp uitgaat. Met die consequentiën zal men moeten medegaan, zoodra een Ministerie mocht optreden, dat gezind is de zaak der opvoeding in nog meerdere mate aan de ouders te onttrekken. Men betoogde, dat de plicht der opvoeding van ocdswege op de ouders rust, en dat ouders, die dezen plicht verwaarloozen, uitsluitend verantwoordelijk zijn aan hun geweten en aan God. Een der leden noemde dit de bovennatuurlijke orde der dingen ; anderen drukten dit bezwaar uit door te zeggen, dat het wetsontwerp de souvereiniteit van het huisgezin in eigen kring schendt.

Sluiten