Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het wetsontwerp, één schooltijd per maand zonder geldige reden mag wegblijven. Dat nu is een vrij vreemde manier van berekening. Ten einde hardheid zooveel mogelijk te vermijden en niet zonder bepaalde noodzaak zelfs een waarschuwing of aansporing tegen de ouders toe te laten, werd voorgesteld in de wet te bepalen, dat één verzuim per maand zonder geoorloofde reden nog niet als een overtreding van de wet zal worden aangemerkt. En op die bepaling beroepen zich nu de tegenstanders om hunne stelling, dat reeds tegenwoordig het schoolverzuim weinig te beteekenen heeft, meer aannemelijk te maken. Alsof ook maar een oogenblik verondersteld kan worden dat, als de wet dat veroorlooft, dan ook wel alle kinderen op alle scholen eens per maand zonder wettige reden zullen wegblijven! Zelfs van de scholieren, die nu het meest verzuimen, is dat niet te verwachten, want, zooals uit de staten en verslagen blijkt, zijn, vooral ten plattelande, het grootste deel van de verzuimen het gevolg van de slechte gewoonte der ouders om hunne kinderen dikwijls maanden achtereen mee te laten werken in plaats van hen de school te laten bezoeken, en wordt hun dat door de wet onmogelijk gemaakt, dan is niet aan te nemen dat deze ouders nu toch hunne kinderen één schooltijd per maand zullen laten wegblijven. Als men aan geregeld schoolgaan is gewend, zal van de latitude der wet op dit punt, naar verwacht mag worden, betrekkelijk weinig gebruik worden gemaakt.

Uit het bovenstaande blijkt reeds, dat de gemaakte berekening onjuist is en dat men geen recht heeft te zeggen : het ongeoorloofde schoolverzuim bedroeg in het arrondissement Hoogeveen eigenlijk slechts 7.91 percent. Maar zelfs indien het niet meer dan 7.91 percent bedroeg, dan zou dat percentage toch nog niet onbeteekenend kunnen worden genoemd. Een ongeoorloofd schoolverzuim van nog geen 8 percent is weinig, zoo wordt gezegd, want dat is slechts drie verzuimde schooltijden per maand en per kind, indien men het over alle kinderen omslaat. Wordt hier nu niet — meent ondergeteekende te mogen vragen — door dezelfde leden, die den Minister ten onrechte verwijten dat hij met gemiddelden goochelt, daarvan schromelijk misbruik gemaakt ? Het is volkomen waar, dat men, het relatieve schoolverzuim over alle scholieren verdeelende, veel minder onrustbarende cijfers krijgt, maar het is tevens waar dat men, aldus handelende, tot geheel verkeerde ge\ olgtrekkingen komt. Waar gelukkig in Nederland de groote meerderheid der scholieren nog geregeld schoolgaat en slechts hoogst zelden zonder reden wegblijft, dus wel groot nadeel heeft van het verzuim van anderen, maar zelf zich aan dat kwaad niet schuldig maakt, — daar krijgt men natuurlijk een caricatuur van den bestaanden toestand als men de verzuimde schooltijden gelijkelijk over alle leerlingen omslaat. Met evenveel recht zou men kunnen zeggen: de pest heeft in Britsch-Indië nog weinig te beteekenen gehad, want als men het aantal pestlijders over allen omslaat, dan is er nog nauwelijks één op de duizend overleden. Indien werkelijk alle kinderen in Nederland drie schooltijden per maand wegbleven, maar ook geen van allen meer, dan zou er geen reden zijn om zich over dat schoolverzuim bijzonder te verontrusten, hoewel het altijd nog te veel zou zijn, maar de werkelijke toestand — ieder weet het — is geheel anders.

Naar aanleiding van hetgeen in het Voorloopig Verslag voorkomt omtrent de onderwijstoestanden in het kanton Bern, heeft de ondergeteekende daarnaar een onderzoek ingesteld.

De wet op het lager onderwijs in dat kanton van 1 Mei 1870 (niet

Sluiten