Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 Maart 1870), waarnaar in het Voorloopig Verslag wordt verwezen, is later vervangen door die van 6 Mei 1894. Deze wet is onder de bijlagen dezer memorie opgenomen.

Elk kind, dat vóór 1 Januari den ouderdom van 6 jaar bereikt heeft, moet met ingang van het nieuwe schooljaar ( 1 April) de school bezoeken De leertijd duurt in den regel 9 jaren. Door de gemeenten mag een achtjarige leertijd worden ingevoerd. Hij negenjarigen leertijd moet gedurende minstens 34 weken school worden gehouden, en bedragen de wettelijk voorgeschreven schooluren in de eerste drie schooljaren ten minste 800 en in de overige ten minste 900. Bij achtjarigen leertijd moet gedurende ten minste 40 weken school worden gehouden en bedragen de wettelijk voorgeschreven schooluren 900 en 1100. Eene strafvervolging wordt ingesteld wanneer gedurende 1 maand in den winter of gedurende 4 schoolweken in den zomer meer dan 1/10 van het voorgeschreven aantal uren verzuimd zijn. Als straf kan worden opgelegd boete en bij tweede herhaling gevangenisstraf van 48 uren tot 20 dagen.

Hoeveel uren een scholier in Bern volgens deze regeling mag verzuimen zonder met den strafrechter in aanraking te komen, wenscht de ondergeteekende niet uit te rekenen. Is toch, zooals boven is aangetoond, de schets die op blz. 17 van het Voorloopig Verslag gegeven wordt van het arrondissement Hoogeveen geheel onjuist, dan vervalt daardoor de vergelijking met den toestand in Bern, welke men er terstond op laat volgen. Zelfs al was het waar dat door een scholier in Bern meer uren mogen worden verzuimd, dan er in Hoogeveen per leerling verzuimd wordt, dan mag daaruit geenszins de conclusie worden getrokken, dat in Hoogeveen de toestand niet slecht is te noemen, als men hem vergelijkt met hetgeen in Bern de wet zelve veroorlooft. Ka hetgeen boven over het omslaan van het schoolverzuim over alle kinderen is in het midden gebracht, zullen er weinig woorden noodig zijn om te doen zien, dat de vergelijking met betrekking tot Bern mank gaat aan dezelfde grondfout. Het is niet de vraag, of men in Bern dikwijls de hulp der wet zou moeten inroe pen, zoo daar geen kind meer uren wegbleef dan in Hoogeveen het geval zou zijn, i n dien daar elk kind evenveel schooltijden ging verzuimen en toch het totaal der schoolverzuimen bleef zoo als het nu is geconstateerd ; de vraag kan alleen zijn, of men niet telkens in Bern den ouders de kracht der wet zou moeten doen gevoelen, indien de toestand daar was, zooals die in werkelijkheid thans bij ons in het arrondissement Hoogeveen is. En die vraag is toch bezwaarlijk voor ontkennende beantwoording vatbaar. Met den toestand zooals die bij ons niet alleen in Hoogeveen maar in tal van arrondissementen bestaat, zou men in geen land, waar leerplicht niet alleen ingevoerd is, maar ook wordt uitgevoerd, vrede kunnen hebben.

Het kan zijn nut hebben, naar aanleiding van het Voorloopig Verslag, eens na te gaan, hoe groot het relatief schoolverzuim in het kanton Bern is. en de werkelijke toestand aldaar te vergelijken met dien te Hoogeveen Gedurende het schooljaar 1897/98 zijn door de 99.111 leerlingen der Bernsche scholen verzuimd 4.780.214 uren of per kind 48.2 uur. Zonder wettige reden zijn verzuimd 1.498.873 uren of per kind 16.6. In het jaar 1896 zijn in het arrondissement Hoogeveen door 3725 scholieren ver zuimd 290.350 schooltijden of p. m. 77 per kind, en zonder wettige reden ten minste 290.250—98.000 of 192.250 schooltijden of 51 per leerling. Rekent men eiken schooltijd op gemiddeld 2'2 uur. dan blijkt dus dat zonder wettige reilen een leerling gemiddeld verzuimde in Bern 16.6 uur.

Sluiten