Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is meermalen voorgekomen — zoo lezen wij verder dat schoolbesturen, afgaande op de hun door schoolopzieners verstrekte inlichtingen later vernamen verkeerd te zijn ingelicht, en dan wegens het verstrijken der gestelde termijnen geen aanspraak op de bijdragen meer konden doen gelden».

Dat dit nooit is voorgekomen, zal ondergeteekende niet beweren, maar zeer stellig behoort het tot de groote uitzonderingen. En een schoolbestuur is niet gedekt, indien het, afgaande op de inlichtingen van een schoolopziener, niet aan de wettelijke eischen voldoet. Een schoolopziener, die, zij het dan ook geheel ter goeder trouw, onjuiste inlichtingen geeft, verdient zeker een ernstige berisping, maar waar de wet uitdrukkelijk zegt aan welke eischen een schoolbestuur moet voldoen, zal het op subsidie aanspraak kunnen maken, zonder dat daarbij de reserve is gevoegd dat die aanspraak niet verloren gaat indien voor het niet opvolgen der wettelijke voorschriften gegronde verontschuldigingen kunnen worden aangevoerd, daar zou de Minister zijn bevoegdheid te buiten gaan, indien hij op een beroep tegen een op de wet gebaseerde beschikking van Gedeputeerde Staten eene gunstige beschikking provoceerde. Een Minister is evenzeer aan de wet gebonden als de schoolbesturen. (1)

"Wanneer — zoo vervolgt het Verslag — het bestuur eener vereeniging tijdig goedkeuring heeft gevraagd voor verlenging der rechtspersoonlijkheid, maar, vermoedelijk tengevolge van het eindeloos vragen van adviezen door het Departement van Justitie, de gevraagde goedkeuring wordt verleend na het verstrijken van den tijd, waarvoor rechtspersoonlijkheid was toegekend, vervalt weder het recht op de bijdrage.

Ondergeteekende betwijfelt of het ooit is voorgekomen dat door ongemotiveerde vertraagde behandeling aan het Departement van Justitie de rechtspersoonlijkheid te laat is verleend. Niets staat de schoolbesturen in den weg om de aanvrage om rechtspersoonlijkheid zoo tijdig in te dienen dat ook, indien aan het Departement van Justitie nader onderzoek noodig wordt geacht, de zaak tijdig haar beslag krijgt. Waar echter de wet uitdrukkelijk voorschrijft, dat geen subsidie mag worden verleend aan vereenigingen, die niet in het bezit zijn van rechtspersoonlijkheid, kan men ook in dezen in geen geval aan den Minister van Binnenlandsche /aken er een grief van maken, dat hij zich houdt aan de wet.

Dit neemt niet weg, dat zich gevallen kunnen voordoen, waarin het weigeren van subsidie hard is en de betrokken Minister gaarne zou zien, dat de wet hem vrijheid gaf een gunstige beslissing te kunnen bevorderen.

Zulk een geval heeft zich het vorige jaar voorgedaan met betrekking tot eene bijzondere school te Goes. Toen het aantal jaren, waarvoor rechtspersoonlijkheid was verleend, verstreken was, wendde zich het schoolbestuur tot H. M. de Koningin met verzoek om verlenging. De toenmalige Minister van Justitie had daartegen geen bezwaar en bij Koninklijk besluit werd de verlenging toegestaan. Het

i Waarschijnlijk hadden de leden, die dit geval ter sprake brachten, het oog op hetgeen 1voorgevallen met betrekking tot een bijzondere school te Werkendam Op dit oogenblik is nog in

onderzoek in hoever er termen zijn 0111 ook in «leze eene nitkeering uit hoofdstuk XI der St:i;<tsbegi«»oting te rechtvaardigen.

Sluiten