Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van beweerde gemoedsbezwaren zonder nader onderzoek vrijstelling te verleenen. Indien iemand zijn jongen geregeld naar school laat gaan, maar hem tegen den zomer van de lijst laat afvoeren om hem op het land te laten werken, dan is het mogelijk, dat hij dit doet, omdat hij tegen het onderwijs op die school, door de ervaring geleerd, overwegend bezwaar heeft gekregen, maar dan is het ook mogelijk, dat hij hem alleen van de school heeft genomen om gedurende den zomer de arbeidskracht te exploiteeren en hem daarna weder te doen inschrijven. Wie zal ontkennen, dat in dergelijke gevallen onderzoek noodig is, voordat vrijstelling wordt erkend? En hoe kan men meer waarborg geven tegen willekeur dan door beroep toe te staan bij afwijzende beschikking: Kan men een beteren waarborg aanwijzen, ondergeteekende is gaarne bereid dien in overweging te nemen.

Om de bedoeling beter te doen uitkomen is de redactie nog eenigszins gewijzigd. Er staat thans: «en de schoolopziener niet overtuigd is, dat het kind uit bezwaar tegen het onderwijs van de lijst der leerlingen is afgeschreven». Beter is het te lezen: en de schoolopziener overtuigd is, dat geen ernstig gemoedsbezwaar tot aanvrage om vrijstelling heeft geleid. Door die wijziging wordt het voorschrift nog iets milder.

Nog werd betoogd, dat het zeer goed kan voorkomen, dat een vader zijn ééne kind naar een zekere school laat gaan en toch overwegend bezwaar heeft een ander kind aan dezelfde school toe te vertrouwen. Dat dit mogelijk is kan niet worden ontkend, al zal het niet dikwijls voorkomen en al ligt het vermoeden voor de hand, dat in die omstandigheid het bezwaar niet zoo bijzonder zwaarwegend is. Ondergeteekende is echter door een gewijzigde redactie ook aan dat bezwaar tegemoet gekomen.

Er waren enkele leden die in overweging gaven om de woorden «overwegend bezwaar» te veranderen in: «-overwegend godsdienstig bezwaar». Aan dien wensch kan ondergeteekende niet voldoen, omdat de regeling daardoor in strijd zou komen met het beginsel: gelijk recht voor allen. Al zullen de bezwaren zeer stellig grootendeels zijn van godsdienstigen aard, er is toch geen aanleiding om andere bezwaren als ongegrond uit te sluiten. Indien een vader voor zijn kind alleen plaats kan vinden op een bijzondere kerkelijke school, kan hij daartegen bezwaren hebben op grond van beslist anti-godsdienstige gevoelens. Dat bezwaar te eerbiedigen, zal ook wel de bedoeling zijn der leden, die eene wijziging der redactie in overweging gaven; maar hoe zou het dan te verdedigen zijn geen rekening te willen houden bijv. met de bezwaren van een socialistisch vader, die zoozeer aan het socialisme gehecht is, dat hij liever zijn kind van onderwijs verstoken laat dan het toe te vertrouwen aan een school, waar geen socialistische leerstellingen worden verkondigd?

In geen geval echter zouden deze leden kunnen goedkeuren, dat ook bezwaren tegen den persoon des onderwijzers aanspraak op vrijstelling zouden kunnen geven. Dat zouden zij verkeerd vinden, omdat daarvan allicht gebruik zou kunnen worden gemaakt als middel van agitatie om te komen tot het ontslag van een onderwijzer, met wiens meeningen op politiek of sociaal gebied de ouders zich niet kunnen vereenigen. Het wil den ondergeteekende voorkomen, dat hier misverstand bestaat.

Sluiten