Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorrecht genieten een tehuis te hebben, waar de pogingen om den leerling in korten tijd flink te ontwikkelen krachtig worden gesteund, terwijl toezicht op het huiswerk wordt gehouden en dikwijls door privaatlessen de nog ontbrekende kennis wordt aangevuld, het met hard werken soms zoover brengen dat zij op 12-jarigen leeftijd, bij groote uitzondering zelfs op 11-jarigen leeftijd op eene hoogere burgerschool of een gymnasium toegelaten worden, is een feit waarmede rekening moet worden gehouden — ofschoon het voor de groote meerderheid van die leerlingen nog beter zou zijn een jaar langer op de lagere school te blijven — maar in elk geval bewijst het niets voor de groote massa die niet onder zoo gunstige omstandigheden verkeeren, ja maar al te dikwijls leven in eene omgeving, waar van samenwerking tusschen school en gezin weinig of geen sprake is.

Ondergeteekende zou zich echter aan overdrijving hebben schuldig gemaakt, indien hij had beweerd — wat hem in het Verslag wordt toegedicht dat het onderwijs vóór den 12-jarigen leeftijd niet veel beteekent. Wat hij wel heeft beweerd is dit. dat de kinderen tegenwoordig de school verlaten op een leeftijd, waarop zij meer van het onderwijs kunnen profiteeren dan vroeger. Daartegen wordt alleen aangevoerd, dat het een moeilijk paedagogisch vraagstuk is, uit te maken op welken leeftijd het kind de vatbaarheid verkrijgt om geestelijk ontwikkelend onderwijs in zich op te nemen. Dit is op zich zelf volkomen waar. maar bewijst niets tegen de stelling van den Minister. Al neemt men ook aan, dat de meeste kinderen reeds op betrekkelijk zeer jeugdigen leeftijd geestelijk ontwikkelend onderwijs in zich kunnen opnemen, dan behoeft men daarom nog niet te betwisten, dat het «opnemen" in elk geval gemakkelijker gaat, indien het kind wat ouder is. Zelfstandige verwerking van leerstof — bij het onderwijs van zoo groote beteekenis - is toch zeker bij kinderen van bijv. 8 a 0 jaar niet te verwachten. Het eene kind is natuurlijk veel vlugger en meer ontwikkeld dan het andere, ook al genieten allen hetzelfde onderwijs, maar als regel mag men aannemen, dat eerst bij kinderen van 11-jarigen leeftijd van zelfstandige verwerking van leerstof sprake kan zijn en dat velen wel 12 jaar worden, voordat zij het zoover gebracht hebben. De voorstanders van de voorgedragen regeling wezen er dan ook op, dat vele deskundigen de meening van ondergeteekende deelen. Indien desniettemin toch sommigen van hen zich verklaren tegen leerplicht tot 13 jaar, dan is het meestal niet, omdat zij van oordeel zijn, dat de kinderen in het jaar dat zij langer school gaan niet veel, zeer veel zouden kunnen profiteeren, maar omdat zij tegen een dergelijke regeling practische en sociale bezwaren overwegend achten.

Ook de andere bezwaren in deze paragraaf genoemd kan ondergeteekende niet deelen.

\ oor het kind zou het verlaten van de lagere school op 12-jarigen leeftijd wenschelijk zijn, omdat het kind uit de arbeiderskringen zich dan aan eenigen arbeid behoort te gewennen, omdat het dan den aanleg en de lust voor een bepaald vak vertoont, omdat dan het besef begint te komen, dat men zelf zijn weg door het leven behoort te zoeken.

Daartegen zij opgemerkt: 1". dat het schoolgaan niet belet dat het kind toch reeds aan eenigen arbeid wordt gewend, 2°. dat als

Sluiten