Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opoffering dan onredelijk: Hoe is het te verklaren, dat in zoovele landen van de ouders diezelfde opoffering geëischt wordt, zonder dat men er over hoort klagen ? Zou de verklaring niet voor een groot deel hierin moeten worden gezocht, dat de toestanden zich — duidelijkshalve moge hier een germanisme dienst doen — al spoedig aanpassen aan de nieuwe wet? Terecht wordt op bladz. 26 gezegd: *Het gemis der verdiensten zal voor een groot deel worden ingehaald doordien de kinderen, beter voorbereid, op lateren leeftijd meer zullen kunnen verdienen, en zal ook ten deele vergoed worden door de verhooging van loon, welke uit de beperking van den kinderarbeid, die van invoering van leerplicht het gevolg zal zijn, voortvloeit». Er is nog een factor die niet uit het oog mag worden verloren. Hoe jonger een knaap bij een ambacht gaat, des te meer kans of liever gevaar is er, dat hij loopjongen, boodschaplooper, «duivelstoejager» zal worden. En hoe gering is het aantal knappe, vakbekwame werklieden, die uit dergelijke jongens worden gerecruteerd? Er zijn dan ook vele bazen en fabrikanten, die geen jongens beneden 13 jaar aannemen.

Nog werd de vrees uitgesproken, dat bij invoering van leerplicht tot 13 jaar weer veel meer moeders in de fabrieken zullen gaan werken. Indien die vrees gegrond ware, zou het zeker een treurig gevolg zijn. maar waarop steunt die sombere voorspelling?

Als het gezin — zoo schijnt de gedachtengang van deze leden de bijverdiensten van den 12-jarige niet kan missen, dan zal moeder worden aangewezen, om in het ontbrekende te voorzien. Ue mogelijkheid, dat dit in sommige gevallen zal gebeuren, is niet uitgesloten, maar regel zal het zeker zijn. Er is wellicht nooit een leerplichtwet of een arbeidswet voorgesteld of dezelfde voorspelling werd vernomen maar — voor zoover ondergeteekende bekend — is ze nog nooit uitgekomen. De hoofdreden zal wel daarin gelegen zijn, dat alle dergelijke wetten wel tijdelijk eenige bezwaren met zich brengen, maar op den duur den levensstandaard verhoogen en de volkswelvaart doen toenemen.

En wat de nijverheid betreft, ondergeteekende vreest niet, dat de nijverheid of zelfs eenige tak van nijverheid achteruit zal gaan, indien de kinderen in plaats van tot het 12de tot het 13de jaar schoolgaan. Veeleer kan op goede gronden de stelling worden verdedigd, dat de nijverheid er door zal worden gebaat. Op bladz. 26 van het Verslag is er reeds op gewezen dat tal van werkgevers — mannen die persoonlijk belang hebben bij den bloei der industrie — zich in dien geest vroeger reeds hebben uitgelaten. Nog dezer dagen werd in de dagbladen vermeld, dat in eene gewone beetwortelsuikerfabriek de behoefte aan eenigermate ontwikkelde werklieden, althans voor sommige werkzaamheden, zoozeer was gevoeld, dat men besloot vóór de aanneming de sollicitanten aan een eenvoudig examentje in lezen, schrijven en rekene* te onderwerpen, maar dat de meesten zelfs aan de meest eenvoudige eischen niet hadden kunnen voldoen. Is de onderstelling te gewaagd, dat de proef beter zou zijn uitgevallen, indien deze werklieden tot hun 13de jaar geregeld school hadden gegaan?

Is dus ondergeteekende door de aangevoerde bezwaren niet oyertuigd geworden, dat door leerplicht tot het 13de jaar de belangen van kinderen, ouders of industrie zouden worden benadeeld, toch

Sluiten