Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkelen dag vroeger of later zou aankomen. Met aanvragen tot verlof is het in den regel geheel anders. Als men daarmede geen spoed maakt, zal de reden, waarom het verzoek wordt gedaan, dikwijls reeds zijn opgeheven op het tijdstip, dat de beslissing komt. Wel zal de vader, indien hij zijn kind zonder verlof laat wegblijven, geen last ondervinden, indien slechts blijkt, dat de leerling is weggebleven om een geoorloofde reden, maar dikwijls zal een vader het daarop niet willen laten aankomen doch zekerheid willen hebben, dat de bevoegde autoriteit later geen bezwaar zal maken. Dat is niet alleen te billijken, die voorzorg moet aangemoedigd worden, maar dan is men ook verplicht het hem mogelijk te maken zoo te handelen en zooveel mogelijk voor spoedige beslissing zorg te dragen.

Het andere motief betreft de verlichting van de taak van den schoolopziener. Door de thans aangebrachte wijzigingen hoopt ondergeteekende aan de bedenkingen van velen op dit punt tegemoet te komen. Waarschijnlijk zal van die wijziging het gevolg zijn, dat vooral in den eersten tijd wel eens meer verlof zal worden gegeven dan strikt noodig is. Maar ondergeteekende verwacht daarvan geen slechte gevolgen. Veel zal reeds gewonnen zijn als het de gewoonte wordt, (lat de ouders hun kind niet laten wegblijven zonder aan het hoofd der school verlof te vragen. Daaraan gewoon geraakt zullen zij allengs er toe komen geen aanvrage om verlof te doen zonder strikte noodzakelijkheid. Orde en regel zijn de eerste factoren tot bevordering van geregeld schoolbezoek. Zelfs de schijn moet worden vermeden, alsof het de bedoeling zou zijn ook aan niet-onwillige, belangstellende ouders last te berokkenen. Tegen misbruik moet worden gewaakt, maar waar de wet zóó is ingericht dat duidelijk blijkt van de bedoeling om alleen tegen de kwaadgezinden op te treden en met bestaande toestanden en behoeften rekening te houden, daar zal het ook hun, die met de uitvoering der wet zijn belast, aan welwillende medewerking van de groote meerderheid der burgers niet ontbreken.

Aan den wensch van die leden, die van Rijkswege althans aan de bijzondere onderwijzers een vergoeding zouden willen toekennen voor de aan den Staat te bewijzen diensten, kan bezwaarlijk worden voldaan. Ondergeteekende is overtuigd, dat de meesten, mits slechts behoorlijk bezoldigd, dit niets eens zouden wenschen. Wat hun wordt opgedragen, behoort geheel tot hun roeping en werkkring, en men zou hun ijver en toewijding te gering schatten, door aan te nemen, dat zij een bijzonderen financieelen prikkel noodig hebben, om zich daarvan naar behooren te kwijten. Wat van hen gevraagd wordt zal in elk opzicht hun school en hun onderwijs ten goede komen.

Verder wordt nog in deze paragraaf gesproken over de mogelijkheid van verkorting der administratieve procedure en over reorganisatie van het schooltoezicht.

Wat over het eerste punt in deze paragraaf voorkomt, wordt nader ontwikkeld in de volgende paragraaf en bij de desbetreffende artikels en zal daar beantwoord worden.

Over de meest wenschelijke organisatie van het schooltoezicht zal ondergeteekende zijn standpunt uiteenzetten bij de herziening van de wet op het lager onderwijs, welke, zooals reeds vroeger werd meege-

Sluiten