Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeld, na liet tot stand komen van de leerplichtwet aan de orde zal worden gesteld. Ondergeteekende is het echter geheel eens met die leden, die betoogden, dat in elk geval de toelagen der schoolopzieners, die meer werk zullen krijgen, naar billijkheid behooren te worden verhoogd. Op de vraag, op welk bedrag die toelagen zullen worden gesteld, kan thans nog geen beslist antwoord worden gegeven. Natuurlijk kan geen verhooging worden toegekend zonder medewerking van de wetgevende macht. Na het tot stand komen der wet zal dienaangaande een voorstel worden gedaan.

Evenmin kan reeds thans een antwoord worden gegeven op de vraag, hoevele schoolopzieners de Regeering denkt noodig te hebben. _\1 zai volgens het gewijzigd wetsontwerp de taak dezer ambtenaren veel minder omvangrijk zijn dan oorspronkelijk in de bedoeling lag, vermeerdering zal toch noodig blijven. Een bepaald cijfer te noemen zou geen nut hebben, daar dienaangaande nog nader onderzoek moet volgen. Daar natuurlijk nooit vooraf met zekerheid is te zeggen, hoe omvangrijk de werkzaamheden zullen zijn — veel zal in dezen afhangen èn van het schoolverzuim, dat nog zal overblijven, èn van de medewerking, die de schoolopzieners zullen ondervinden — zal voorloopig alleen de aanstelling worden bevorderd van zoovele titularissen, als geacht moeten worden in elk geval noodig te zijn, omdat het gemakkelijker is bij gebleken behoefte het aanta! te vermeerderen dan aangestelden weder te ontslaan.

Ten slotte werd nog gevraagd uit welke categorieën van personen ondergeteekende bij voorkeur de schoolopzieners zal kiezen. Dienaangaande meent hij te mogen verwijzen, naar hetgeen hij bij de behandeling van de Staatsbegrooting van 1898 in de Tweede Kamer op een gelijksoortige vraag heeft geantwoord. Hij wenscht er echter bij te voegen, dat geen enkele categorie, wanneer ze slechts voor de betrekking geschikte elementen bevat, is uitgesloten. En de individuëele geschiktheid voor het schoolopzienerschap is niet aan een bepaalde categorie of kring van personen verbonden. Tact, toewijding, prestige, lust, om zich aan de belangen van het onderwijs te wijden, zijn de voornaamste factoren, waarop moet worden gelet — en deze zijn niet het monopolie van een enkelen kring. Ook vrouwen zullen van het schoolopzienerschap niet zijn uitgesloten.

Ook tegen het toezicht op het huisonderwijs had men bedenking. Vooreerst werd betwijfeld, of het noodig is elk jaar van de ouders der kinderen, die huisonderwijs ontvangen, al de inlichtingen te vragen in art. 7 (nieuw art. 4) genoemd. Waarom de noodzakelijkheid van dit voorschrift betwijfeld werd, staat niet vermeld. Het voorschrift legt aan de ouders geen grooteren last op, dan geboden wordt door den eisch, dat tegen ontduiking van de wet moet worden gewaakt. Men kan niet willen, dat ouders, die zich aan de wettelijke verplichting willen onttrekken, zouden kunnen volstaan met de verklaring: mijne kinderen ontvangen huisonderwijs. Er moet toch eenige waarborg zijn dat een beroep op huisonderwijs niet als voorwendsel wordt aangegrepen, en daarom is wel in de eerste plaats noodig, dat de betrokken autoriteit op de hoogte is van den werkelijken toestand, dat zij wete wie met het huisonderwijs is belast en in welken omvang dat huis-

Sluiten